wetzoeker

7 — Beoordelings- en selectieprocedure Besluit FemFocus

Beoordelings- en selectieprocedure

De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van dit subsidiebeleidskader. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in dit subsidiebeleidskader opgenomen criteria.

Beoordeling drempelcriteria

Tijdig ontvangen aanvragen worden behandeld volgens de volgende beoordelings- en selectieprocedure. De aanvrager en de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen allereerst te voldoen aan alle drempelcriteria. De drempelcriteria staan vermeld in paragraaf 3.1 van dit subsidiebeleidskader. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

Beoordeling ORIA en maatwerk

Aanvragers van wie de aanvraag voldoet aan de drempelcriteria ontvangen vanuit BZ bericht hierover. Deze mededeling zal steeds onder voorbehoud zijn gelet het bepaalde in paragraaf 3.3 inzake de nog aan te leveren vereiste documenten voor de Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA), of een geldig Partos certificaat, met het oog op de beoordeling aan de criteria over organisatiecapaciteit en integriteitsbeleid.

Aanvragers die aanspraak maken op maatwerk als specialistische organisatie (zie paragraaf 3.2), wordt gevraagd om uitvoering van de werkzaamheden door de accountant op basis van het accountantsprotocol (Annex 9), wat resulteert in een rapport van overeengekomen specifieke werkzaamheden (Standaard 4400). Dit rapport hoeft nog niet te worden meegestuurd met de aanvraag, maar pas later (zie paragraaf 6.1).

N.B. Goedkeuring van de drempeltoets op basis van de bij de drempeltoets aangeleverde informatie is voorwaardelijk. Indien blijkt dat niet is aangetoond dat aan de vereisten om te worden aangemerkt als specialistische organisatie wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

Een positieve beoordeling van de verplichte onderdelen van de ORIA en, voor organisaties die in aanmerking willen komen voor maatwerk, van bovengenoemd rapport van de accountant is noodzakelijk om voor subsidieverlening in aanmerking te kunnen komen. BZ voert de ORIA-beoordeling en de beoordeling van het accountantsrapport gelijktijdig uit met de op de drempeltoets volgende inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag.

Inhoudelijke beoordeling

Voor de inhoudelijke beoordeling hanteert BZ kwalitatieve beoordelingscriteria, die zijn opgenomen in de betreffende instrumentspecifieke hoofdstukken (paragrafen 8.6, 9.6 en 10.6). De kwalitatieve beoordelingscriteria hebben betrekking op het trackrecord, het projectvoorstel (inclusief budget) en de beleidsprincipes. De systematiek voor puntentoekenning per onderdeel is als volgt:

Onderdeel | Maximaal aantal te behalen punten | Minimumscore per onderdeel

Trackrecord | 35 | 20

Projectvoorstel inclusief budget | 65 | 40

Beleidsprincipes | 10 | 6

Totaal | 110 | –

Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen, moet de algehele kwaliteit van de aanvraag ten minste als ruim voldoende worden beoordeeld. Dit betekent een totaalscore van minimaal 75 punten van de maximaal 110 punten. Daarnaast moet ook ieder afzonderlijk onderdeel ten minste als ruim voldoende worden beoordeeld, blijkend uit de in bovenstaande tabel genoemde te behalen minimumscore (Let op: om de vereiste minimum score van 75 punten te behalen volstaat het niet om per onderdeel van de aanvraag het minimum aantal punten te behalen). Aanvragen die niet aan deze vereisten ten aanzien van kwaliteit voldoen worden afgewezen.

De verdeelsystematiek van de beschikbare middelen is per specifiek instrument uitgewerkt in resp. paragraaf 8.5, 9.5 en 10.5.

De besluitvorming zal plaatsvinden met oog voor artikel 10 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken

13 wetten.nl – Regeling – Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken – BWBR0018039

. De minister kan subsidieverlening weigeren als het verlenen van subsidie niet verenigbaar is met zijn beleid op het gebied van de buitenlandse betrekkingen en de ontwikkelingshulp; het moet daarbij gaan om publiekelijk kenbaar beleid, bijvoorbeeld uit de memorie van toelichting bij de begroting van het ministerie, uit Kamerstukken of uit beleidsregels op grond van artikel 6, eerste lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Regeling
Besluit FemFocus
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
13-12-2025
BWB-id
BWBR0051628
Versie
2025-12-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl