wetzoeker

Aanwijzing 24 Voorziene en onvoorziene omstandigheden Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2025

1. Overwogen wordt of een regeling moet worden opgenomen voor het geval onvoorziene omstandigheden opkomen, die van dien aard zijn dat het convenant redelijkerwijs behoort te worden gewijzigd of beëindigd.

2. Overwogen wordt of een regeling moet worden opgenomen voor het geval bij een van de partijen sprake is van fusie, splitsing, overname, gewijzigde zeggenschap, surseance van betaling, homologatie van een onderhands akkoord of faillissement.

3. Indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat zich omstandigheden kunnen voordoen, waaronder wettelijke maatregelen en EU-rechtshandelingen, die het convenant opzijzetten, wordt hieraan in het convenant aandacht besteed en een voorziening voor getroffen.

Toelichting

Eerste lid. Het is aan te bevelen dat partijen nadenken over de vraag of een regeling nodig is voor het geval onvoorziene omstandigheden opkomen. In de afspraken kan dan uitgewerkt worden welke situaties tot wijziging of beëindiging van het convenant moeten leiden.

Tweede lid. Het kan gebeuren dat een rechtspersoon die partij is bij een convenant wordt overgenomen (bijvoorbeeld door fusie) of juridisch wordt gesplitst. Een wijziging van de zeggenschap over een bedrijf kan van belang zijn voor het convenant. Zo kan bijvoorbeeld een overname door een staatsbedrijf uit een land waarmee Nederland gespannen diplomatieke verhoudingen heeft of waarbij de economische veiligheid in het geding is, de vraag oproepen of het nog wenselijk is het convenant voort te zetten. Afhankelijk van het onderwerp van het convenant kan daarom overwogen worden of hierover iets geregeld moet worden. Zo kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de andere partijen het convenant kunnen opschorten of beëindigen in het geval een van de partijen wordt overgenomen of de zeggenschap anderszins wijzigt. Ook als een partij surseance van betaling aanvraagt of failliet gaat, of als er sprake is van homologatie van een onderhands akkoord, kan dit gevolgen hebben voor de uitvoering van een convenant, vooral (maar niet uitsluitend) als het convenant financiële verplichtingen bevat. Het kan daarom verstandig zijn om hierover vooraf een regeling te treffen. Bij een convenant waar alleen overheden bij betrokken zijn, liggen deze scenario’s minder voor de hand.

Derde lid. De rijksoverheid kan zich met het sluiten van een convenant niet aan haar bijzondere verantwoordelijkheid voor de bescherming van algemene of bijzondere beschermingswaardige belangen onttrekken. Partijen dienen daar bij het sluiten van een convenant uitdrukkelijk rekening mee te houden. Indien de overheidspartij zich genoodzaakt ziet eenzijdige afwijkende maatregelen te treffen of wordt geconfronteerd met wijzigingen in nationale of Europese wetgeving zonder dat een convenant daar rekening mee heeft gehouden, kan dat immers aanleiding zijn voor schadevergoedingsacties. Deze kunnen echter in belangrijke mate worden vermeden als in het convenant een en ander uitdrukkelijk wordt geregeld, bijvoorbeeld door dergelijke risico’s in een daartoe strekkende algemene clausule of voorbehoud te ondervangen (‘nakoming van de afspraken in het convenant kan van de overheid nooit gevergd worden indien zulks strijd met dwingendrechtelijke wet- en regelgeving oplevert’). Hierbij kan tijdige betrokkenheid van de juridische afdeling of juridische experts behulpzaam zijn.

Ook moet in voorkomende gevallen rekening worden gehouden met de noodzaak tot wijzigingen in verband met ontwikkelingen op internationaal niveau.

Regeling
Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
11-10-2025
BWB-id
BWBR0051610
Versie
2025-10-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl