wetzoeker

Aanwijzing 23 Afdwingbaarheid, geschilbeslechting en toepasselijk recht Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2025

1. Indien partijen beogen met het convenant niet in rechte afdwingbare rechten en verplichtingen in het leven te roepen, wordt dit uitdrukkelijk in het convenant bepaald.

2. Voor het sluiten van het convenant wordt bezien op welke wijze geschillen worden beslecht of opgelost. Bijzondere wijzen van geschilbeslechting of geschiloplossing worden in het convenant geregeld. Overwogen wordt of het wenselijk is te bepalen dat geschillen in eerste instantie voorwerp van onderling overleg zullen zijn.

3. In het convenant wordt bepaald dat Nederlands recht van toepassing is op het convenant. Indien het voor de uitvoering van het convenant noodzakelijk is, dat een ander recht geheel of gedeeltelijk van toepassing is, kan hiervan worden afgeweken mits dit uitdrukkelijk in het convenant wordt opgenomen.

4. In het convenant kan worden opgenomen dat partijen overeenkomen dat geschillen die ontstaan naar aanleiding van het convenant bij uitsluiting zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Den Haag.

Toelichting

Eerste lid. Aangezien een convenant meestal als overeenkomst gekwalificeerd kan worden zijn de daarin neergelegde rechten en verplichtingen bindend en, wanneer daaromtrent verder niets is geregeld, ook (in rechte) afdwingbaar. Dit zal ook afhankelijk zijn van de inhoud en strekking van de afspraken en de bedoeling van de partijen. Als partijen echter geen juridische binding en/of afdwingbaarheid bij de rechter beogen, dienen zij dit in het convenant met zoveel woorden uitdrukkelijk te bepalen.

Tweede lid. Geschillen omtrent niet- of ondeugdelijke nakoming van het convenant kunnen in beginsel aan de rechter worden voorgelegd, indien het convenant daaromtrent verder niets bepaalt. Het convenant kan langs twee wegen aan rechterlijke toetsing worden onderworpen. Allereerst kan op grond van het privaatrecht een vordering tot nakoming, schadevergoeding of ontbinding wegens een toerekenbare tekortkoming in de nakoming (wanprestatie) worden ingediend. In de tweede plaats kan een geschil bestaan in de vraag of de overheidspartij terecht in de context van een convenant een besluit in de zin van de Awb heeft genomen waartegen beroep open staat. Staat tegen een besluit beroep open bij de bestuursrechter, dan kan in die procedure het niet nakomen van afspraken uit het convenant aan de orde komen. In een concreet geval zal overigens doorgaans één rechtsgang openstaan.

Verder is het ook mogelijk om anders dan via de rechter geschillen te beslechten. Indien partijen een bijzondere wijze van geschilbeslechting of geschiloplossing wensen, moeten zij die in het convenant regelen. Hierbij kan gedacht worden aan een overlegregeling. Daarbij kan bijvoorbeeld bepaald worden dat het overleg plaatsvindt in een door partijen bij het convenant ingestelde commissie, werkgroep, overleggroep of dergelijke. Convenanten hebben tot doel in onderling overleg en samenwerking tot bepaalde resultaten te komen. Het past vaak beter bij de sfeer waarin convenanten worden gesloten om geschillen in eerste instantie in onderling overleg proberen op te lossen. Ook kan gedacht worden aan escalatie naar een hoger niveau binnen de organisatie van de betrokken partijen, arbitrage, bindend advies of mediation. De juridische afdeling kan hierover adviseren.

Bedacht moet worden dat een in het convenant vastgelegde keuze voor arbitrage niet uitsluit dat een rechter zich in kort geding bevoegd verklaart (voorzieningenrechter).

Derde lid.

De meeste convenanten worden aangegaan in de context van de uitvoering van beleid, van beleidsdoelstellingen en van de uitoefening van bevoegdheden van Nederlandse overheden waarop uit dien hoofde al Nederlands recht van toepassing is. In beginsel contracteert de rijksoverheid daarom altijd naar Nederlands recht (zoals ook de Nederlandse rechter in beginsel bevoegd moet zijn in geval van conflictbeslechting via de rechtspraak); dat uitgangspunt dient ook voor convenanten gehanteerd te worden en als regel ook standaard te worden opgenomen. Op grond van bestendige jurisprudentie sluit de rechtskeuze voor het Nederlandse recht de toepasselijkheid van het Nederlandse internationaal privaatrecht uit als op grond van dat Nederlandse internationaal privaatrecht een ander rechtsstelsel dan het Nederlandse van toepassing zou zijn.

Als blijkt dat het voor de uitvoering (of de totstandkoming) van het convenant noodzakelijk is dat een ander rechtsstelsel – al of niet gedeeltelijk – op het convenant van toepassing is, dan moet dat ook expliciet worden opgenomen. Dit kan zich voordoen in uitzonderlijke gevallen omdat bijvoorbeeld buitenlandse partijen zijn betrokken. Ook het convenant zelf kan zich uitstrekken tot over de landsgrenzen, doordat het ziet op activiteiten of uitvoeringshandelingen buiten Nederland of binnen een ander deel van Nederland. Van dit laatste is sprake als bestuursorganen in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba), partij zijn bij een convenant. In dat geval is het van belang om direct contact op te nemen met de juridische afdeling, omdat voor dit deel van Nederland andere wettelijke kaders gelden. Ook voor de toepassing van het Unierecht geldt dat Caribisch Nederland een aparte juridische status heeft.

Het is vanwege het voorgaande aan te raden altijd expliciet een rechtskeuze te maken, zodat over het toepasselijke recht geen misverstand kan ontstaan. Anders bestaat het risico dat het recht van een ander land van toepassing is en de (rechts)gevolgen daarvan niet kunnen worden overzien.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat als een rechtskeuzebeding is opgenomen in het convenant, er op grond van de bepalingen van het gekozen rechtsstelsel wordt beoordeeld of de rechtskeuze toelaatbaar (geldig) is. De rechtskeuze van partijen kan beperkt worden door dwingendrechtelijke bepalingen van het gekozen nationale recht, het Unierecht daaronder begrepen, en/of bepaalde voorrangsregels die ongeacht de door partijen gemaakte rechtskeuze op de overeenkomst van toepassing kunnen zijn.

Vierde lid

In beginsel worden geschillen met de Staat der Nederlanden, waaronder ook begrepen geschillen over (de uitvoering van) een convenant, voorgelegd aan de rechter (rechtbank en Gerechtshof, de mogelijkheid van cassatieberoep daargelaten) in Den Haag.

Regeling
Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
11-10-2025
BWB-id
BWBR0051610
Versie
2025-10-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl