wetzoeker

Aanwijzing 5 Voorbereiding en proces Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2025

1. De aanpak bij de voorbereiding om tot een goed convenant te komen, is gestructureerd en goed georganiseerd.

2. Afhankelijk van het soort convenant en de aard van de verplichtingen die daaruit voortvloeien, wordt overwogen of er een inspraakprocedure nodig is of dat adviesinstanties bij de voorbereiding van een dergelijk convenant moeten worden betrokken.

3. Indien een convenant beoogt afspraken te maken die het milieu betreffen, wordt vroegtijdig, wanneer alle opties nog open zijn en inspraak doeltreffend kan plaatsvinden, aan eenieder de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te brengen.

Toelichting

Eerste lid. Het proces om tot een convenant te komen wordt vaak onderschat. Het is daarom aan te bevelen om bij de start van een traject om tot een convenant te komen een praktisch proces in te richten op basis van een plan van aanpak of projectplan met een daarbij behorende planning van de processtappen. Daarbij moet gedacht worden aan de vraag wie van de partijen het voortouw neemt of bepaalde taken op zich neemt, zoals het voeren van de redactie en het zorgen voor een goed beheer van de tekstversies en verwerking van de inbreng van partijen. Daarnaast is belangrijk wie de gesprekken of onderhandelingen leidt, faciliteert en eventueel vastlegt.

Tweede lid. Op grond van artikel 3:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de inspraak- en adviesbepalingen van die wet van overeenkomstige toepassing op onder andere convenanten. Dit betekent onder meer dat het betrokken bestuursorgaan gelet op de aard en strekking van het convenant, bijvoorbeeld bij grote aantallen belanghebbenden of geïnteresseerden, kan besluiten de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van die wet van toepassing te verklaren op de voorbereiding en sluiting van een convenant.

Derde lid. Dit onderdeel van de aanwijzing is opgenomen vanwege internationale verplichtingen voor inspraak die voortvloeien uit het Verdrag van Aarhus. Als partijen van plan zijn om in een convenant afspraken op te nemen die het milieu betreffen, is het van belang om na te gaan of dit valt onder het toepassingsbereik van de artikelen 6 en 7 van het Verdrag van Aarhus. Zo ja, dan moet aan eenieder de gelegenheid worden geboden vroegtijdige inspraak te geven. Inspraak moet plaats vinden als er nog ruimte is om met die inspraak doeltreffend rekening te houden. Denk daarbij aan het nog kunnen wijzigen, aanvullen of schrappen van afspraken in het convenant. Inspraak kan bij convenanten in de volgende situaties aan de orde zijn:

• als het convenant zelf de toestemming is voor een activiteit zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag van Aarhus (Aarhus-activiteit);

• als het convenant de beslisruimte voor de in de toekomst te geven toestemming voor zo’n Aarhus-activiteit zodanig inperkt dat voor het bevoegd gezag niet meer alle opties open zijn op het moment dat het moet besluiten, waardoor inspraak dan niet meer doeltreffend is; en/of

• als het convenant een plan of programma met betrekking tot het milieu betreft, zoals bedoeld in artikel 7 van het Verdrag van Aarhus.

Regeling
Vaststellingsregeling Aanwijzingen voor convenanten 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
11-10-2025
BWB-id
BWBR0051610
Versie
2025-10-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl