wetzoeker

6.1 — Gearing Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers

Gearing

98. ‘Gearing’ betreft de mate waarin een onderneming met vreemd vermogen is gefinancierd, uitgedrukt als fractie van het totale vermogen. Aangezien de WACC het gewogen gemiddelde is van de kostenvoet vreemd vermogen en de kostenvoet eigen vermogen, is het belangrijk om de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen vast te stellen. Daarnaast is de gearing van belang bij het berekenen van de equity bèta, zoals in paragraaf 4.3 van dit besluit is uitgelegd. De ACM zal in deze paragraaf toelichten hoe zij de gearing bepaalt en wat de hoogte van de gearing is.

99. Als gevolg van de tussenuitspraak van het CBb

54 ECLI:NL:CBB:2022:184, ov. 6.5.3.

waarin zij oordeelt dat de ACM de kostenvoet vreemd vermogen moet baseren op de daadwerkelijke gemiddelde kosten van vreemd vermogen van de warmteleveranciers, heeft de ACM besloten deze lijn in dit besluit ook te volgen voor de bepaling van gearing. Deze wordt namelijk bepaald op basis van de daadwerkelijke vermogensverhouding van warmteleveranciers. Hiermee wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de werkelijke situatie van warmteleveranciers.

99a. De ACM past de berekening van de gearing aan. De ACM corrigeert een rekenfout en voert een verbetering door van de definitie van de gearing.

99b. De rekenfout betreft de noemer van de gearing. De gearing is in het oorspronkelijke besluit berekend als de verhouding tussen de rentedragende schuld en de som van de rentedragende schuld en het totale vermogen. Dit moet zijn de verhouding tussen de rentedragende schuld en het totale vermogen.

99a. Naast de correctie van de rekenfout verbetert de ACM de definitie. Als noemer wordt de som van het eigen vermogen en de rentedragende schulden genomen en niet het totale vermogen. De niet rentedragende schuld blijft buiten beschouwing. De ACM acht dit een verbetering, op basis van twee argumenten. Op de eerste plaats sluit de definitie beter aan op de rendementstoets. In deze toets wordt gekeken naar het rendement op de vaste activa oftewel het geïnvesteerd vermogen. Het is daarom logisch alleen de rentedragende schulden mee te tellen. De niet rentedragende schuld wordt in de regel enkel gebruikt om vlottende activa te financieren. Ten tweede, sluit de ACM met deze definitie aan op de gangbare finance theorie van de gearing en de beta

55 Damodaran (2006) Valuation: Security Analysis for Investment and Corporate Finance.

.

100. De ACM gebruikt bij de berekening voor de jaren 2018–2022 informatie van 19 warmteleveranciers

56 Brattle (2023), The WACC for Heating Companies in the Netherlands

en voor de jaren 2023–2025 de eerder beschreven nieuwe dataset van 84 warmteleveranciers. De ACM laat warmteleveranciers met een negatief eigen vermogen en warmteleveranciers die geen rentedragende schulden hebben buiten beschouwing

57 Uiteindelijk is de gearing berekend op basis van 12, 14, 16,1 5, 14 en 45 observaties voor respectievelijk de jaren 2018, 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023–2025.

.

Tabel 10 Vermogensverhouding (gearing) 2018–2022 en 2023–2025

2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022

Vermogensverhouding (vreemd vs. totaal vermogen) | 75% (was: 43%) | 76% (was: 43%) | 74% (was: 41%) | 75% (was: 41%) | 73% (was: 44%)

2023 | 2024 | 2025

Vermogensverhouding (vreemd vs. totaal vermogen) | 76% (was: 44%) | 76% (was: 44%) | 76% (was: 44%)

Regeling
Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
09-10-2025
BWB-id
BWBR0051608
Versie
2025-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl