wetzoeker

8.1 — Algemeen Regeling model huisregels AIT en EBI

Algemeen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

Indien u betrokken bent bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming kan de directeur besluiten u een disciplinaire straf op te leggen.

Ook gedragingen door u gepleegd buiten de inrichting, kunnen voor een disciplinaire afdoening in aanmerking komen.

Indien een ambtenaar of medewerker constateert dat u betrokken bent bij feiten als voornoemd en hij voornemens is daarover aan de directeur een schriftelijk rapport uit te brengen, deelt hij u dit mede. De directeur beslist over het opleggen van een disciplinaire straf zo spoedig mogelijk nadat hem dit rapport is uitgebracht.

Indien de directeur of zijn plaatsvervanger zelf de feiten als voornoemd constateert, hoeft er geen schriftelijk rapport te worden opgemaakt.

Een straf kan worden opgelegd, dan wel ten uitvoer gelegd in een andere inrichting of afdeling dan waar het feit is begaan.

De directeur houdt aantekening:

– van elke strafoplegging, dan wel wijziging daarvan;

– indien een straf geheel of ten dele wordt herzien.

Nadere regelgeving

– Penitentiaire beginselenwet; art. 50 tot en met art. 55, art. 57 en art. 58

Regeling
Regeling model huisregels AIT en EBI
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0051594
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl