wetzoeker

6.8 — Geweld en vrijheidsbeperkende middelen Regeling model huisregels AIT en EBI

Geweld en vrijheidsbeperkende middelen

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

De directeur is bevoegd tegen u geweld te gebruiken, dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:

a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

b. de uitvoering van een door de directeur genomen beslissing;

c. de voorkoming van het zich onttrekken door u aan het op u uitgeoefende toezicht;

d. de uitvoering van een ingevolge het Wetboek van Strafvordering of de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden door de officier van justitie of de rechter-commissaris genomen beslissing, alsmede de uitvoering van artikel 258a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Naast de directeur is de Minister of een daartoe door hem aangewezen ambtenaar of medewerker bevoegd jegens u geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een van de volgende belangen:

a. de uitvoering van een door hem genomen beslissing;

b. ter voorkoming van het zich onttrekken door u aan het op u uitgeoefende toezicht.

Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt, maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan de directeur, dan wel de Minister toekomen.

Nadere regelgeving

– Penitentiaire beginselenwet; art. 27 en art. 35

– Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen

Regeling
Regeling model huisregels AIT en EBI
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0051594
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl