wetzoeker

6.6 — Onvrijwillige geneeskundige behandeling Regeling model huisregels AIT en EBI

Onvrijwillige geneeskundige behandeling

(Op de navolgende bepalingen en het navolgende onderwerp na, aan de directeur)

Er zijn drie typen onvrijwillige geneeskundige behandeling:

1. de gedwongen geneeskundige handeling;

2. de a-dwangbehandeling;

3. de b-dwangbehandeling.

De a-dwangbehandeling en de b-dwangbehandeling kunnen alleen worden toegepast indien u verblijft op of wordt overgeplaatst naar een bijzondere afdeling bestemd voor de behandeling van de geestelijke gezondheidstoestand.

Ad 1: De gedwongen geneeskundige handeling

De directeur kan u verplichten te gedogen dat ten aanzien van u een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van u of van anderen. De handeling wordt altijd verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.

Van de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling wordt uiterlijk bij aanvang van de behandeling melding gedaan aan:

– de Minister;

– de Commissie van Toezicht en

– de bevoegde inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, indien de geneeskundige handeling wordt toegepast ter afwending van ernstig gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van uw geestvermogens.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de gedwongen geneeskundige handeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de gedwongen geneeskundige handeling.

(Maximale duur, opstellen behandelplan ter verbetering van de gezondheidstoestand, mogelijkheid tot voortzetting van de gedwongen geneeskundige handeling)

Wanneer u niet wil instemmen met (de wijziging van) uw geneeskundig behandelingsplan, en/of zich tegen de uitvoering van de daarin opgenomen behandelingsmiddelen verzet, kan onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts worden overgegaan tot

– a-dwangbehandeling, om een langdurig verblijf in/op deze bijzondere inrichting of afdeling te voorkomen;

– b-dwangbehandeling, om een onmiddellijk dreigend gevaar binnen de inrichting af te wenden.

Ad 2: De a-dwangbehandeling (artikel 46d, aanhef en onder a, Pbw)

De directeur kan schriftelijk beslissen dat ten aanzien van u een a-dwangbehandeling wordt toegepast, indien aannemelijk is dat zonder die geneeskundige behandeling het gevaar dat door een stoornis van uw geestvermogens wordt veroorzaakt niet binnen redelijke termijn kan worden weggenomen. Wat hier onder gevaar wordt verstaan, staat omschreven in paragraaf 4.2.

Indien de directeur voornemens is deze behandeling aan u op te leggen, meldt de directeur dit voornemen uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing aan de voorzitter van de Commissie van Toezicht. Deze schakelt de maandcommissaris in. Deze laatste zal u bezoeken. Tevens worden, indien op u van toepassing, uw aangewezen rechtsbijstandverlener, curator en mentor op de hoogte gesteld. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken.

De directeur verstrekt u onverwijld een afschrift van de beslissing tot a-dwangbehandeling, waarin onder meer staat vermeld voor welke termijn zij geldt – te weten niet langer dan drie maanden – en welke bezwaren daartegen zijn aangevoerd.

De a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

– de Minister;

– de Commissie van Toezicht en

– de bevoegde inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, indien een geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van uw geestvermogens;

– de aangewezen rechtsbijstandverlener;

– de curator;

– de mentor.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de dwangbehandeling.

Deze behandeling zal u ondergaan in een daartoe geschikte afdeling of inrichting.

In de meest voorkomende gevallen zal dit een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) zijn.

Indien de directeur beslist tot de aanvang van een a-dwangbehandeling bestaat de mogelijkheid rechtstreeks beroep in te stellen bij de RSJ.

Voortzetting a-dwangbehandeling (artikel 46e, vijfde lid, jo. artikel 46d, aanhef en onder a, Pbw)

De directeur kan binnen zes maanden na afloop van de a-dwangbehandeling schriftelijk beslissen tot voortzetting van de a-dwangbehandeling.

De directeur verstrekt u onverwijld een afschrift van de beslissing tot voortzetting van de a-dwangbehandeling, waarin onder meer staat vermeld voor welke termijn zij geldt, te weten niet langer dan drie maanden.

De voortzetting van de a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

– de Minister;

– de Commissie van Toezicht en

– de bevoegde inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot voortzetting van de dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de dwangbehandeling.

Ad 3: De b-dwangbehandeling (artikel 46d, aanhef en onder b, Pbw)

De directeur kan beslissen dat ten aanzien van u een b-dwangbehandeling wordt toegepast, indien dit naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat binnen de inrichting door een stoornis van uw geestvermogens wordt veroorzaakt af te wenden. Wat hier onder gevaar wordt verstaan, staat omschreven in paragraaf 4.2.

De b-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:

– de Minister;

– de Commissie van Toezicht en

– de bevoegde inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de b-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de b-dwangbehandeling.

Deze behandeling zal u ondergaan in een daartoe geschikte afdeling of inrichting.

In de meest voorkomende gevallen zal dit een PPC zijn.

Indien de directeur beslist tot een b-dwangbehandeling bestaat de mogelijkheid hiertegen in beklag te gaan.

Nadere regelgeving

– Penitentiaire beginselenwet; art. 5, art. 14, art. 32, art. 42, art. 46a tot en met 46e, art. 57 en art. 58

– Penitentiaire maatregel; art. 21 tot en met art. 23

Zie voor de mogelijkheden van beklag en beroep hoofdstuk 12 van deze huisregels.

Regeling
Regeling model huisregels AIT en EBI
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0051594
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl