wetzoeker

14.2 — Voorwaardelijke invrijheidstelling Regeling model huisregels AIT en EBI

Voorwaardelijke invrijheidstelling

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

In bepaalde gevallen kunt u in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling. De periode van voorwaardelijke invrijheidstelling is maximaal twee jaar. U komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking indien u een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen van meer dan één jaar, en u al een bepaald gedeelte van de straf heeft ondergaan.

Indien u een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen van meer dan één jaar en korter dan twee jaar, dan komt u in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling wanneer:

– uw vrijheidsbeneming ten minste een jaar heeft geduurd en

– er al een derde deel van de straf die u nog uit moet zitten is ondergaan.

Indien u een tijdelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen van meer dan twee jaar, dan komt u in aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling wanneer u twee derde van uw straf heeft ondergaan. Met dien verstande dat de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend niet langer kan zijn dan twee jaar.

Het Openbaar Ministerie beslist over het toekennen van voorwaardelijke invrijheidstelling. Bij de afweging of u in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling worden de volgende aspecten betrokken:

– de mate waarin en de wijze waarop u tijdens detentie door uw gedrag heeft laten zien dat u geschikt bent om terug te keren in de samenleving;

– de mogelijkheden om de risico’s die verbonden zijn aan een invrijheidstelling te beperken en te beheersen;

– de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen en de door uw geleverde inspanning om de schade te vergoeden die is veroorzaakt door uw strafbare feit.

De directeur van de inrichting en de reclassering adviseren over de beslissing om aan u voorwaardelijke invrijheidstelling te verlenen.

Het Openbaar Ministerie kan ook besluiten de beslissing over het verlenen van een voorwaardelijke invrijheidstelling uit te stellen.

Indien er geen voorwaardelijke invrijheidstelling aan u wordt verleend, dan kunt u (nog) twee keer verzoeken om alsnog voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Dit kan ten minste zes maanden na een afwijzing.

De verleende voorwaardelijke invrijheidstelling kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen als er – ernstige – redenen zijn dat u een algemene voorwaarde of (bepaalde) bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. Tegen een dergelijk besluit kunt u bezwaar indienen.

U kunt dus een bezwaarschrift indienen tegen:

– de beslissing om geen voorwaardelijke invrijheidstelling te verlenen;

– de beslissing tot uitstel van een voorwaardelijke invrijheidstelling;

– de beslissing tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling.

Het bezwaarschrift moet zijn ingediend binnen twee weken nadat u kennis heeft genomen van bovenstaande beslissingen. Dit kunt u doen bij de rechtbank die u in eerste aanleg de vrijheidsstraf heeft opgelegd. Indien u meerdere vrijheidsstraffen achter elkaar ondergaat, moet u bij de rechtbank zijn die u de hoogste vrijheidsstraf heeft opgelegd.

Indien u in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling krijgt u een of meerdere voorwaarden en een proeftijd opgelegd. Zo mag u tijdens uw proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit plegen. Doet u dat wel, dan kan de voorwaardelijke vrijlating worden herroepen.

Naast de algemene voorwaarde zijn er bijzondere voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde die door het Openbaar Ministerie kunnen worden opgelegd. Deze worden afgestemd op uw persoon, het gepleegde strafbare feit en de kans dat u zich niet aan deze voorwaarden zult aanhouden (recidivekans).

De volgende bijzondere voorwaarden zijn mogelijk:

– vrijheidsbeperkende voorwaarden, zoals een meldingsplicht, contactverbod, locatieverbod, drugs- of alcoholverbod of een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten, een beperking van het recht om Nederland te verlaten, vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade of het treffen van een regeling voor het betalen van de schadevergoeding in termijnen dan wel de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied;

– gedragsbeïnvloedende voorwaarden, zoals deelname aan een training.

– voorwaarden gericht op zorg, zoals een behandeling bij een instelling van geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg.

Nadere regelgeving

– Wetboek van Strafvordering; artikel 6:2:10 tot en met 6:2:14

– Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Regeling
Regeling model huisregels AIT en EBI
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0051594
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl