wetzoeker

13.3 — Mededelingsplicht Regeling model huisregels AIT en EBI

Mededelingsplicht

(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)

U ontvangt van de directeur onverwijld, schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling aangaande zijn beslissing inzake:

a. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen (bedoeld in artikel 12 van de Penitentiaire beginselenwet);

b. de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

c. de plaatsing in afzondering en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 24, eerste lid, op grond van artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 24, derde lid, en de toepassing van artikel 25 van de Penitentiaire beginselenwet);

d. de beperking en de intrekking van verlof (bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

e. het onderzoek in het lichaam (bedoeld in artikel 31 van de Penitentiaire beginselenwet);

f. het gedogen van een geneeskundige handeling (bedoeld in artikel 32 van de Penitentiaire beginselenwet);

g. het verrichten van een geneeskundige behandeling (bedoeld in artikel 46d, onder a of b, van de Penitentiaire beginselenwet);

h. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 33, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

i. de observatie door middel van een camera en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 24a, eerste onderscheidenlijk derde lid, art. 34a, eerste onderscheidenlijk derde lid, en 51a, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

j. de overplaatsing van een gedetineerde naar een andere locatie binnen dezelfde penitentiaire inrichting;

k. de oplegging van een disciplinaire straf (bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

l. de weigering van verzending of uitreiking van een brief of ander poststuk dan wel van bijgesloten voorwerpen (bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

m. de weigering van de toelating tot de gedetineerde van een bepaald persoon of bepaalde personen (bedoeld in artikel 38, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

n. het verbod van het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken (bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet);

o. de weigering van een contact met een vertegenwoordiger van de media (bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet).

In de gevallen, genoemd onder l, m, n, en o kan de mededeling achterwege blijven, indien de beslissing van de directeur strekt ter uitvoering van een beperking die aan u is opgelegd ingevolge de artikelen 62, 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering.

De directeur wijst u in de mededeling op de mogelijkheid van het instellen van beklag, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit dient te geschieden, alsmede op de mogelijkheid tot het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ om hangende de uitspraak op het klaagschrift de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen.

Nadere regelgeving

– Penitentiaire beginselenwet; art. 57 en art. 58

Regeling
Regeling model huisregels AIT en EBI
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0051594
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl