wetzoeker

Wijzigingsbesluit Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 enz. (afbouwen compensatie vervallen ouderentoeslag en afschaffen extra vermogensvrijstelling)

Besluit van 24 september 2025, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en het Besluit langdurige zorg in verband met het afbouwen van de compensatie vervallen ouderentoeslag en het afschaffen van de extra vermogensvrijstelling [KetenID WGK026946]

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0051562
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
621b70eb8ac8aaa129bb1f98f59ec8038c879d0fa108b2a4cc5da00addb4cd05

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Artikel II

Wijzigt het Besluit langdurige zorg.

Artikel III

1 De artikelen 3.13, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 4° en 5°, en 3.14a van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit, blijven gedurende twee jaren van toepassing op bijdragen in de kosten van een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen als bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, met dien verstande dat:

a. de compensatie vervallen ouderentoeslag in het eerste en tweede jaar respectievelijk twee derde en een derde bedraagt van het bedrag berekend overeenkomstig artikel 3.2a van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit; en

b. de bedragen, genoemd in de artikelen 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°, en 3.14a, eerste en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit, jaarlijks worden gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, jaarlijks wordt gewijzigd.

2 De artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, aanhef en onder 4° en 5°, en 3.3.2.4a van het Besluit langdurige zorg zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit, blijven gedurende twee jaren van toepassing op de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit langdurige zorg, met dien verstande dat:

a. de compensatie vervallen ouderentoeslag in het eerste en tweede jaar respectievelijk twee derde en een derde bedraagt van het bedrag berekend overeenkomstig artikel 3.3.1.2a van het Besluit langdurige zorg zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit; en

b. de bedragen, genoemd in de artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°, en 3.3.2.4a, eerste, derde en vierde lid, van het Besluit langdurige zorg zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit, jaarlijks worden gewijzigd aan de hand van het indexcijfer waarmee het bedrag, genoemd in artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, jaarlijks wordt gewijzigd.

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.