wetzoeker

Artikel 3 Regeling financieel beheer van het Rijk 2026

Volmachtverlening privaatrechtelijke rechtshandelingen

1 Privaatrechtelijke rechtshandelingen kunnen namens de Ministers, elk voor de begroting waarvoor hij verantwoordelijk is, worden verricht door:

a. de onder de Ministers ressorterende natuurlijke personen voor zover aan hen door de Ministers een volmacht is verleend;

b. de niet onder de Ministers ressorterende natuurlijke personen en rechtspersonen voor zover aan hen door de Ministers een volmacht is verleend.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op:

a. de colleges, elk voor de taak waarvoor hij verantwoordelijk is, indien zij volmacht verlenen tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

b. de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Raad voor de rechtspraak, elk voor het door hem beheerde deel van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, indien zij volmacht verlenen tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen.

3 De volmacht bepaalt welke functionarissen en rechtspersonen de op de volmacht betrekking hebbende privaatrechtelijke rechtshandelingen mogen verrichten.

Regeling
Regeling financieel beheer van het Rijk 2026
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0051547
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl