wetzoeker

8.1 — Algemeen Besluit juridische afsplitsing 2025

Algemeen

Als de afsplitsende rechtspersoon zijn gehele onderneming afsplitst in het kader van een afsplitsing in de zin van artikel 14a Wet Vpb 1969, is het mogelijk dat hij niet meer belastingplichtig is voor de heffing van de vennootschapsbelasting. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in de volgende situaties.

a. Een stichting of een vereniging, niet zijnde een vereniging op coöperatieve grondslag, splitst haar gehele onderneming af naar de verkrijgende rechtspersoon.

b. Een buitenlandse belastingplichtige splitst zijn gehele met behulp van een vaste inrichting in Nederland gedreven onderneming af naar een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

c. Een buitenlandse belastingplichtige splitst zijn gehele met behulp van een vaste inrichting in Nederland gedreven onderneming af naar een ander buitenlands lichaam dat daardoor hier te lande een binnenlandse onderneming gaat drijven en buitenlands belastingplichtig wordt.

Beschikt de afsplitsende rechtspersoon in een van deze situaties nog over te verrekenen verliezen dan blijft de aanspraak op verrekening daarvan bij de afsplitsende rechtspersoon achter. De afsplitsende rechtspersoon kan deze verliezen echter niet meer verrekenen nu hij door de afsplitsing niet meer belastingplichtig is voor de heffing van de vennootschapsbelasting. Een verwante situatie doet zich voor als de verkrijgende rechtspersoon na de afsplitsing verlies lijdt, dit verlies toerekenbaar is aan de overgedragen onderneming en dit verlies bij de (niet meer belastingplichtige) afsplitsende rechtspersoon achterwaarts had kunnen worden verrekend als de afsplitsing niet had plaatsgevonden.

In de hiervoor onder a, b en c beschreven situaties acht ik het verloren gaan van de mogelijkheid tot verliesverrekening zodanig onbedoeld en ongewenst dat ik voor deze situaties de in paragraaf 8.2. en 8.3 beschreven goedkeurende regelingen heb getroffen.

Deze goedkeurende regelingen gelden alleen als aan de volgende vereisten wordt voldaan:

a. De hiervoor onder a, b en c bedoelde afsplitsing vindt plaats met toepassing van artikel 14a, tweede of derde lid, Wet Vpb 1969, of met toepassing van de goedkeuring van paragraaf 9 voor te laat ingediende verzoeken.

b. De afsplitsende rechtspersoon verkrijgt de bij de afsplitsing uitgereikte aandelen in de verkrijgende rechtspersoon.

c. Door afsplitsing eindigt de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon.

Deze goedkeurende regeling geldt verder niet als de inspecteur van mening is dat de goedkeuring leidt tot effecten vergelijkbaar met de handel in verliezen. In dat geval zendt de inspecteur het verzoek om toepassing van de goedkeuring door naar de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag, voorzien van zijn ambtsbericht.

Regeling
Besluit juridische afsplitsing 2025
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
25-09-2025
BWB-id
BWBR0051531
Versie
2025-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl