wetzoeker

3.3 — Ontgaan of uitstellen van belastingheffing Besluit juridische afsplitsing 2025

Ontgaan of uitstellen van belastingheffing

De faciliteit van artikel 14a Wet Vpb 1969 wordt niet verleend, als de afsplitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Dit wordt geacht het geval te zijn als de afsplitsing niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de afsplitsende – en de verkrijgende rechtspersonen. Belanghebbende heeft echter de mogelijkheid aannemelijk te maken dat de afsplitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

Bij de beoordeling of sprake is van de herstructurering van de actieve werkzaamheden van de afsplitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon, moet de situatie die vóór de afsplitsing aanwezig was, worden vergeleken met de situatie die door de afsplitsing ontstaat. De afsplitsing van een onderneming naar een nieuw opgerichte dochtermaatschappij kan in dit verband worden aangemerkt als een reorganisatie van de actieve werkzaamheden van de afsplitsende- en de verkrijgende rechtspersoon.

1 Kamerstukken II 1999/00, 26 727, nr. 17, p. 71.

Zakelijke overwegingen worden geacht niet aanwezig te zijn, als aandelen in de afsplitsende rechtspersoon dan wel een verkrijgende rechtspersoon binnen drie jaar na de afsplitsing worden vervreemd aan een lichaam dat niet met de afsplitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersonen is verbonden in de zin van artikel 10a, vierde lid, Wet Vpb 1969. Ook in deze situatie heeft belanghebbende de mogelijkheid het tegendeel aannemelijk te maken.

Ter verduidelijking: de beslissing van de inspecteur op het verzoek van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb 1969 geeft geen uitsluitsel over de toets van artikel 14a, zesde lid, Wet Vpb 1969.

2 Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG032:2023:4, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

De afsplitsende rechtspersoon die zekerheid wenst omtrent de vraag of de afsplitsing niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, kan voor de splitsing een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking grond van artikel 14a, achtste lid, Wet Vpb 1969.

Regeling
Besluit juridische afsplitsing 2025
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
25-09-2025
BWB-id
BWBR0051531
Versie
2025-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl