wetzoeker

Belastingen, internationale administratieve samenwerking; aanwijzing en mandaatverlening

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
18-09-2025
Rechtsgebied
Belastingrecht, Invorderingsrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0051521
Versie
2025-09-18_0
SHA-256 bron
a82b2656180750a5437489fed21f4213b4ce2a2c29fa236b93b377c45e504eaf

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (20)
  1. 1 — Inleiding
  2. 2 — Mandaat, volmacht en machtiging
  3. 3 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
  4. 3a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  5. 4 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen
  6. 4a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  7. 5 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 904/2010 (administratieve samenwerking BTW)
  8. 5a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  9. 6 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 389/2012 (administratieve samenwerking accijnzen)
  10. 6a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  11. 7 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012
  12. 7a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  13. 8 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van overige internationale bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen
  14. 8a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  15. 9 — Aanwijzing tot verstrekken inlichtingen op basis van Belastingwet BES
  16. 9a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
  17. 10 — Mandaatverlening ter uitvoering van de Belastingwet BES
  18. 10a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten.
  19. 11 — Ingetrokken regelingen
  20. 12 — Inwerkingtreding

Tekst

Dit besluit bevat aanwijzingen van, en een mandatering aan de Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane ten behoeve van de uitvoering van verschillende regelingen op het terrein van de internationale administratieve samenwerking bij de heffing en invordering van belastingen.

1 — Inleiding

1 — Inleiding

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 12 juli 2019, nr. 2019-78534 (Stcrt. 2019, 41999). In dit besluit zijn de aanwijzing en mandatering in het kader van enkele bepalingen uit de Belastingwet BES opgenomen.

2 — Mandaat, volmacht en machtiging

2 — Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

a. volmacht om in naam van ‘Onze Minister’ privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en

b. machtiging om in naam van ‘Onze Minister’ handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

3 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

3 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

3 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen › 3a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

3a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

4 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen

4 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen

De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn aangewezen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij handhaving van de nationale wetten bij onderzoek naar of vervolging van strafrechtelijke belasting- en douaneaangelegenheden.

4 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen › 4a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

4a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst respectievelijk Douane aan te wijzen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij handhaving van de nationale wetten bij onderzoek naar of vervolging van strafrechtelijke belasting- en douaneaangelegenheden.

5 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 904/2010 (administratieve samenwerking BTW)

5 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 904/2010 (administratieve samenwerking BTW)

De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010, betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: Verordening (EU) nr. 904/2010).

5 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 904/2010 (administratieve samenwerking BTW) › 5a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

5a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 904/2010.

6 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 389/2012 (administratieve samenwerking accijnzen)

6 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 389/2012 (administratieve samenwerking accijnzen)

De Directeur-generaal Douane is aangewezen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad van 2 mei 2012, betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen (hierna: Verordening (EU) nr. 389/2012).

6 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 389/2012 (administratieve samenwerking accijnzen) › 6a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

6a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Douane is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Douane aan te wijzen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 389/2012.

7 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012

7 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012

De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn aangewezen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012.

7 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012 › 7a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

7a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst respectievelijk Douane aan te wijzen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012.

8 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van overige internationale bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen

8 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van overige internationale bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen

De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van overige internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen.

8 — Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van overige internationale bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen › 8a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

8a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van overige internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen.

9 — Aanwijzing tot verstrekken inlichtingen op basis van Belastingwet BES

9 — Aanwijzing tot verstrekken inlichtingen op basis van Belastingwet BES

De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om namens “Onze Minister” aan buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen te verstrekken op basis van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.

9 — Aanwijzing tot verstrekken inlichtingen op basis van Belastingwet BES › 9a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

9a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten

De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om namens “Onze Minister” aan buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen te verstrekken op basis van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.

10 — Mandaatverlening ter uitvoering van de Belastingwet BES

10 — Mandaatverlening ter uitvoering van de Belastingwet BES

De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om namens “Onze Minister” besluiten te nemen ter uitvoering van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.

10 — Mandaatverlening ter uitvoering van de Belastingwet BES › 10a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten.

10a — Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten.

De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om namens “Onze Minister” besluiten te nemen ter uitvoering van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.

11 — Ingetrokken regelingen

11 — Ingetrokken regelingen

De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

– het besluit van 8 juni 2011, nr. DGBel2011/3073M (Stcrt. 2011, 10575);

– het besluit van 12 juli 2019, nr. 2019-78534 (Stcrt. 2019, 41999).

12 — Inwerkingtreding

12 — Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.