wetzoeker

7 — Beoordeling en verdeling beschikbare middelen Subsidieprogramma verantwoord ondernemen MKB 2025–2029

Beoordeling en verdeling beschikbare middelen

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van dit subsidieprogramma. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in dit subsidieprogramma zijn neergelegd.

De aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen (first come, first serve), waarbij het moment geldt waarop de aanvraag compleet bevonden is dan wel de laatst mogelijke aanvulling is ontvangen (zie hierboven, paragraaf 6.2). Vanaf het moment dat aannemelijk is dat de middelen op basis van de beoordeling van eerder binnengekomen aanvragen zullen worden uitgeput, wordt de behandeling van later binnengekomen aanvragen aangehouden. Indien blijkt dat eerdere aanvragen worden afgewezen, zullen de latere aanvragen in behandeling worden genomen, op volgorde van binnenkomst.

Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te voldoen aan de hiervoor, in het bijzonder in paragraaf 4 tot en met 6, opgenomen vereisten. Slechts de aanvragen die daaraan voldoen worden inhoudelijk beoordeeld op kwaliteit aan de hand van de hierna volgende criteria. Alle criteria moeten met een voldoende worden beoordeeld om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Aanvragen die niet op alle onderdelen een voldoende scoren zullen worden afgewezen.

De volgende criteria zijn van toepassing:

1. Passende begroting

De begrote middelen moeten proportioneel zijn en aansluiten bij de uit te voeren activiteiten en de te realiseren resultaten.

2. Duidelijke onderbouwing

De aanvrager heeft een bij de onderneming en operaties passende onderbouwing van de hulpvraag, probleemstelling en/of analyse aangeleverd.

3. Gedegen omschrijving van de activiteit

3.1 Uit de omschreven geplande activiteiten vloeit logisch voort dat de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de zes stappen van gepaste zorgvuldigheid van de OESO-richtlijnen. Het maakt duidelijk hoe de omschreven activiteit nodig is voor het integreren van IMVO in de bedrijfsvoering en logisch samenhangt met de verbetering en voortgang van het gehele gepaste zorgvuldigheid-proces.

3.2 De activiteit omschreven in de probleemanalyse sluit aan bij de risico’s of uitdagingen passend bij het soort onderneming, sector of fase van IMVO-implementatie van de aanvrager. De activiteit is gerelateerd aan de (internationale) waardeketen van een product of dienst van de aanvrager.

3.3 De omschreven op te leveren resultaten zijn realistisch en sluiten aan bij de omschrijving van de problemen en voorgestelde activiteiten.

4. Kwaliteit van de beoogde externe dienstverlener (indien van toepassing)

Wanneer er een externe dienstverlener wordt ingeschakeld ter uitvoering van de activiteiten, geldt dat het vakgebied van de beoogde dienstverlener aansluit bij de activiteit en dat dit zichtbaar is in publieke informatie (de aanvrager levert hiertoe een website of LinkedIn-profiel aan).

Ter ondersteuning van de beoordeling kan RVO verificatieactiviteiten uitvoeren ter controle van de in de aanvraag gemaakte aannames en stellingnames. Tevens kan door verificatie informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag verzameld worden.

Regeling
Subsidieprogramma verantwoord ondernemen MKB 2025–2029
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
26-06-2026
BWB-id
BWBR0051503
Versie
2026-06-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl