wetzoeker

Artikel 7.6 Mandaatbesluit BZK 2025

Beperkingen mandaat directeuren

1 Het mandaat van de directeur met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de directeur ter beschikking is gesteld op basis van een door de plaatsvervangend secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal en de FEZ-controller goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de directeur verantwoordelijk is met een maximum bedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.

2 De directeur is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de directeur-generaal, met instemming van de FEZ-Controller en binnen het vastgestelde budget dat aan de plaatsvervangend secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal ter beschikking is gesteld.

3 De directeur legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan zijn leidinggevende.

4 In afwijking van het derde lid legt de directeur binnen het cluster Mensen en Middelen respectievelijk binnen het cluster Bestuursondersteuning over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, met uitzondering van de directeur FEZ.

5 De directeur van een agentschap is verantwoordelijk voor een kostendekkende exploitatie binnen de afspraken die hij met opdrachtgevers en de eigenaar heeft gemaakt. Voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven geldt voor de directeur een maximum bedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.

Regeling
Mandaatbesluit BZK 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-2026
BWB-id
BWBR0051453
Versie
2026-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl