wetzoeker

Artikel 7.4 Mandaatbesluit BZK 2025

Bijzonder mandaat directeuren

Het mandaat van de directeur P&O omvat tevens:

a. het verder in behandeling nemen van geschillen met werknemers indien een uitspraak van de geschillencommissie, genoemd in paragraaf 16.2 CAO Rijk 2024–2025 in een geschil niet wordt opgevolgd door de werkgever;

b. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid;

c. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning of vertegenwoordiging van het ministerie inzake rechtspositionele vraagstukken;

d. het ondertekenen van stukken met betrekking tot het voeren van de salarisadministratie bij de directie;

e. het aangaan van directie overstijgende departementale (raam)overeenkomsten behorend tot het vakgebied Personeel & Organisatie voor zover hier niet in wordt voorzien vanuit categoriemanagement;

f. de vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2024–2025;

g. het geven van vakinhoudelijke instructies aan de Personeel & Organisatieafdelingen van alle dienstonderdelen en tot het geven van advies aan managers op het gebied van Personeel & Organisatiezaken van het ministerie;

h. het op verzoek van de minister aanwijzen van bedrijfshulpverleners;

i. het op verzoek van de minister sluiten van stageovereenkomsten.

Regeling
Mandaatbesluit BZK 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-2026
BWB-id
BWBR0051453
Versie
2026-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl