wetzoeker

Artikel 4.3 Mandaatbesluit BZK 2025

Beperking mandaat plaatsvervangend secretaris-generaal

1 Het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal is niet van toepassing op:

a. het nader vaststellen van de inrichting van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op basis van het Organisatiebesluit BZK 2025;

b. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;

c. het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in de CAO Rijk 2024–2025;

d. personele beheersbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;

e. het optreden als werkgever als bedoeld in hoofdstuk 13 en bijlage 13 van de CAO Rijk 2024–2025;

f. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een ambtenaar op grond van artikel 12, tweede lid, Ambtenarenwet 2017;

g. het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;

h. het toekennen van vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2024–2025.

2 Het eerste lid is niet van toepassing indien er sprake is van een situatie bedoeld in artikel 4.2, onder a.

Regeling
Mandaatbesluit BZK 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-2026
BWB-id
BWBR0051453
Versie
2026-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl