wetzoeker

Artikel 2.2 Mandaatbesluit BZK 2025

Uitzonderingen mandaat

1 Mandaat wordt evenmin verleend met betrekking tot stukken bestemd voor:

a. de Koning;

b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en daaruit gevormde onderraden en commissies;

c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van uit de Kamers gevormde commissies;

d. een Minister of een Staatssecretaris;

e. de Raad van State (van het Koninkrijk);

f. de Algemene Rekenkamer;

g. de Nationale ombudsman;

h. de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

i. de Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

j. de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

k. de besturen van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

l. buitenlandse autoriteiten, in rang gelijk aan of hoger dan een bewindspersoon.

2 De beperking in het verlenen van mandaat voor de gevallen genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing indien het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.

Regeling
Mandaatbesluit BZK 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-2026
BWB-id
BWBR0051453
Versie
2026-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl