wetzoeker

Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk

Wet van 18 juni 2025, houdende regels omtrent de instelling van het Adviescollege toetsing regeldruk (Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0051401
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
1a84a1a06ceaccbdaf7b14e02d2b4bee1d7aa0b9b3bf7ce14c4acc78ef06e5f3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (12)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12

Hoofdstuk 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

adviescollege: Adviescollege toetsing regeldruk, bedoeld in artikel 2;

ervaren regeldruk: niet-kwantificeerbare regeldruk die voortvloeit uit de werkbaarheid van wet- en regelgeving in de praktijk, de samenhang of opeenstapeling van toepasselijke wet- en regelgeving, alsmede de mate waarin die wet- en regelgeving naar verwachting van degenen voor wie de wet- of regelgeving gaat gelden het beoogde doel zal bereiken in relatie tot de verplichtingen en de baten of toegevoegde waarde, waaronder het ervaren nut, van die wet- of regelgeving;

ontwerp van een EU-wetgevingshandeling: ontwerp van een wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 2 van Protocol 1 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

regeldrukeffecten: investeringen en inspanningen die bedrijven, instellingen zonder winstoogmerk, burgers, vrijwilligers, en beroepsbeoefenaren in onder meer de sectoren zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid, moeten doen respectievelijk verrichten om zich aan wet- en regelgeving te houden, bestaande uit regeldrukkosten en ervaren regeldruk;

regeldrukkosten: kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen en inhoudelijke verplichtingen, waaronder aan toezicht gerelateerde verplichtingen, op basis van wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2 — Adviescollege toetsing regeldruk

Artikel 2

Er is een Adviescollege toetsing regeldruk.

Hoofdstuk 2 — Adviescollege toetsing regeldruk

Artikel 3

1 Het adviescollege adviseert Onze Minister die het aangaat over de regeldrukeffecten van:

a. een wetsvoorstel of ontwerp algemene maatregel van bestuur waarvan die Minister de voorbereiding leidt;

b. een ontwerp ministeriële regeling;

c. een ontwerp van een EU-wetgevingshandeling waarvan Onze Minister die het aangaat een beoordeling maakt vanwege het belang van dat ontwerp voor Nederland.

2 In afwijking van het eerste lid hoeven niet voor advies aan het adviescollege te worden voorgelegd:

a. wetsvoorstellen ter vaststelling van de rijksbegroting;

b. wetsvoorstellen, ontwerp algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen op het gebied van strafrecht en strafvordering;

c. ministeriële regelingen die behoren tot bij regeling van Onze Minister, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, aangewezen categorieën, vanwege de beperkte regeldrukeffecten;

d. ontwerpen van EU-wetgevingshandelingen waarvan de beoordeling geen beschrijving bevat van de gevolgen voor de regeldruk, omdat het tijdpad van het desbetreffende besluitvormingsproces aanleiding geeft tot spoed.

3 Beide Kamers der Staten-Generaal kunnen het adviescollege advies vragen over de regeldrukeffecten van een wetsvoorstel of een amendement.

4 Beide Kamers der Staten-Generaal kunnen het adviescollege advies vragen over regeldrukeffecten in algemene zin.

5 Onze Minister die het aangaat kan het adviescollege advies vragen over de regeldrukeffecten van een ontwerp van een beleidsvisie.

6 Onze Minister die het aangaat verzoekt bij het voorbereiden van wet- en regelgeving het adviescollege om ondersteuning bij het in kaart brengen en analyseren van regeldrukeffecten van wet- en regelgeving die naar verwachting substantiële regeldrukeffecten heeft, tenzij in overleg met het adviescollege wordt besloten dat sprake is van een uitzonderlijk geval waarin spoedige inwerkingtreding van de voorgenomen regelgeving nodig is.

Hoofdstuk 2 — Adviescollege toetsing regeldruk

Artikel 4

Tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de uitvoering van de kerntaken, genoemd in artikel 3, kan het adviescollege tevens:

a. de regering adviseren over knelpunten door regeldrukeffecten van bestaande regelgeving en van beleidsregels die zijn opgesteld door uitvoeringsorganisaties of toezichthouders, naar aanleiding van signalen uit de samenleving;

b. de regering adviseren over knelpunten door regeldrukeffecten van beleidsregels en overige regels ten behoeve van de handhaving en uitvoering, in samenspraak met de organisatie die deze regels heeft opgesteld;

c. de regering adviseren over de juistheid en volledigheid van de bij de evaluatie van bestaande wet- en regelgeving of beleidsregels gemaakte inschatting van regeldrukeffecten;

d. op verzoek van een gemeente, provincie, waterschap of een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba de desbetreffende organisatie adviseren over de regeldrukeffecten van hun regelgeving.

Hoofdstuk 2 — Adviescollege toetsing regeldruk

Artikel 5

1 Bij de advisering, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en derde lid, beoordeelt het adviescollege of de hoogte van de verwachte regeldrukkosten van het ontwerp of voorstel inzichtelijk en correct is.

2 Bij de advisering, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, beoordeelt het adviescollege tevens of:

a. onderbouwd is waarom niet is gekozen voor een alternatief dat beperktere regeldrukeffecten heeft;

b. het voorstel inzichtelijk maakt dat de voorgestelde verplichtingen die regeldruk opleveren, nodig zijn en in de praktijk voor de desbetreffende doelgroep werkbaar zijn, en in hoeverre de inbreng van de doelgroep is verwerkt in het ontwerp of voorstel; en

c. ingeval een voorstel of ontwerp substantiële regeldrukeffecten heeft, het doel van het ontwerp of voorstel duidelijk is en of aannemelijk is dat het ontwerp of voorstel bijdraagt aan het behalen van dit doel, voor zover deze beoordeling relevant is voor de regeldrukeffecten.

3 Bij de advisering, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, beoordeelt het adviescollege of het ontwerp substantiële regeldrukeffecten heeft, of de hoogte van de verwachte regeldrukkosten in Nederland voldoende inzichtelijk is in de beoordeling die Onze Minister die het aangaat van het ontwerp heeft gegeven of een uitwerking vereist door die Minister, of het desbetreffende ontwerp voldoende aandacht besteedt aan de werkbaarheid in de praktijk voor de desbetreffende doelgroep, en of de Onze Minister die het aangaat van het ontwerp zich in de beoordeling rekenschap heeft gegeven van de gevolgen voor uitvoering, handhaving en toezicht en wat hiervan de regeldrukeffecten voor specifiek de Nederlandse situatie zijn.

4 Van substantiële regeldrukeffecten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, het derde lid, of artikel 3, zesde lid, is in ieder geval sprake indien:

a. er substantiële wijzigingen zijn te verwachten in het bedrijfsproces, die tot extra inhoudelijke nalevingskosten zullen leiden; of

b. er forse extra regeldrukkosten verwacht mogen worden.

Hoofdstuk 2 — Adviescollege toetsing regeldruk

Artikel 6

Het adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden.

Hoofdstuk 2 — Adviescollege toetsing regeldruk

Artikel 7

Indien blijkt dat een lid direct of indirect betrokken is bij een ontwerp of voorstel dat voor advies is voorgelegd, onthoudt dit lid zich van enige bemoeienis met de adviesaanvraag.

Hoofdstuk 3 — Werkwijze

Artikel 8

1 Voor het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a of b, legt Onze Minister die het aangaat uitgewerkte concepten van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting, van de ontwerp algemene maatregel van bestuur en de nota van toelichting of van de ontwerp ministeriële regeling en de toelichting voor aan het adviescollege.

2 Een uitgewerkt concept bevat of gaat vergezeld van een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de ingeschatte regeldrukeffecten van de voorgenomen regelgeving.

3 Indien na het uitbrengen van het advies maar voor de besluitvorming in de ministerraad de voorgenomen regelgeving wordt gewijzigd in die zin dat er regeldrukeffecten zijn, stelt Onze Minister die het aangaat het adviescollege in staat een aanvullende zienswijze over de gewijzigde stukken te geven. Het adviescollege geeft de aanvullende zienswijze indien de wijziging naar zijn oordeel substantiële regeldrukeffecten heeft.

4 Voor het uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, legt Onze Minister die het aangaat het daar bedoelde ontwerp en de beoordeling daarvan voor aan het adviescollege.

Hoofdstuk 3 — Werkwijze

Artikel 9

Bij regeling van Onze Minister, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, worden termijnen gesteld:

a. waarbinnen stukken met betrekking tot voorgenomen regelgeving aan het adviescollege voor advies worden voorgelegd;

b. waarbinnen het adviescollege advies uitbrengt;

c. waarbinnen het adviescollege een aanvullende zienswijze geeft.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 10

Onze Minister zendt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens na twee jaar en dan telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 11

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen

Artikel 12

Deze wet wordt aangehaald als: Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk.