wetzoeker

7.5.1 — Eisen soortenbescherming Kavelbesluit kavel Gamma-B windenergiegebied IJmuiden Ver

Eisen soortenbescherming

Zoals in paragraaf 2.2 is beschreven, moet er, voordat in een kavelbesluit kan worden afgeweken van het verbod bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet aan drie eisen worden voldaan: de staat van instandhouding van beschermde soorten mag niet verslechteren, er mag geen andere bevredigende oplossing zijn en er moet sprake zijn van minstens een van de in het Besluit kwaliteit leefomgeving genoemde belangen. Het beschermingsregime waar de betreffende soort onder valt, is bepalend voor welk belang van toepassing kan zijn.

Alle van nature in het wild voorkomende vogels in Nederland zijn beschermd op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet en artikel 11.37 van het Bal en op grond van de EU-Vogelrichtlijn. Vleermuizen en de bruinvis zijn beschermd op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet en artikel 11.46 van het Bal en zijn opgenomen in bijlage II van de EU-Habitatrichtlijn. De gewone zeehond en de grijze zeehond zijn beschermde diersoorten onder artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet en artikel 11.54 van het Bal.

Daarnaast geldt onder de Omgevingswet voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving, zowel beschermd als onbeschermd, de zorgplicht opgenomen in artikel 11.27 van het Bal. Op grond hiervan moet schade aan alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving zoveel als redelijkerwijs mogelijk worden voorkomen.

Regeling
Kavelbesluit kavel Gamma-B windenergiegebied IJmuiden Ver
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0051391
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl