wetzoeker

6.4.4 — Toelichting voorschriften Kavelbesluit kavel Gamma-B windenergiegebied IJmuiden Ver

Toelichting voorschriften

Er zijn ten aanzien van de mogelijke nieuwe mijnbouwactiviteiten reserveringszones opgenomen. Er worden geen turbines geplaatst in deze reserveringszones. Dit is opgenomen in voorschrift 2, vierde en vijfde lid. Daarnaast geldt rondom de locaties van mogelijke nieuwe mijnbouwplatforms een reservering voor een toekomstige veiligheidszone van 500 meter waarbinnen de vergunninghouder geen turbines mag plaatsen en ook geen inter-array-kabels mag leggen. Dit is opgenomen in voorschrift 2, zesde lid en zevende lid.

In voorschrift 2, tiende lid, is bepaald dat de Minister van Klimaat en Groene Groei kan instemmen met een eventueel verzoek van de vergunninghouder om af te wijken van een of meer van de beperkingen die zijn gesteld in voorschrift 2, vierde tot en met zevende lid, alsmede de daaraan gerelateerde beperkingen gesteld in het achtste lid, indien vaststaat dat de betreffende gebieden niet worden gebruikt voor de mijnbouwactiviteiten van Tenaz Energy Netherlands. Op deze wijze is geborgd dat meer ruimte van het windenergiegebied kan worden benut voor windenergie indien vaststaat dat de mijnbouwactiviteiten niet worden uitgevoerd. In de beoordeling van een eventueel verzoek zal de Minister van Klimaat en Groene Groei moeten vaststellen dat de mijnbouwactiviteiten geen doorgang zullen vinden. Dit is bijvoorbeeld het geval indien Tenaz Energy Netherlands zelf aangeeft dat het de activiteiten niet zal uitvoeren, of als het tijdvak van de winningsvergunning verstrijkt en deze niet wordt verlengd, of indien andere benodigde vergunningen voor de toekomstige mijnbouwactiviteiten niet worden verleend en die besluiten onherroepelijk zijn. Een dergelijk ‘instemmingsbesluit’ is een besluit waarop de reguliere procedure van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Tegen een instemmingsbesluit of een weigering daarvan staat, na bezwaar, beroep open bij de bestuursrechter voor belanghebbenden, zoals de vergunninghouder van het windpark en de houder van de winningsvergunning die de mijnbouwactiviteiten wil uitvoeren.

De vergunninghouder van het windpark mag in beginsel geen bodemberoerende activiteiten verrichten in een straal van 150 meter rond een (buiten gebruik gesteld) boorgat in verband met de borging van de technische integriteit van een boorgatafsluiting. Dit is vastgelegd in voorschrift 4, elfde lid. Voorbeelden van bodemberoerende activiteiten zijn het leggen van kabels, het plaatsen van windturbines of andere installaties en het verankeren van werkschepen. Overdraai van rotorbladen is wel toegestaan.

Hoewel boorgaten op grond van de Mijnbouwregeling effectief en duurzaam worden afgesloten, kan in een zeldzaam geval een lekkage voorkomen. In dat geval biedt de uitsluitingszone van 150 meter ook de mogelijkheid om een mobiel boorplatform per schip naar de boorgatlocatie te slepen. Vanwege de minimale onderlinge afstand tussen turbines, die gelijk is aan viermaal de rotordiameter, is er in de meeste richtingen, bezien van de locatie van een boorgat, meer ruimte beschikbaar dan het minimum van 150 meter.

De afstand van 150 meter van een boorgat, waarbinnen geen bodemberoering mag plaatsvinden door de vergunninghouder van het windpark, wijkt zekerheidshalve af van de in het ontwerpkavelbesluit gehanteerde afstand van 100 meter. Hiermee ontstaat meer ruimte voor de uitvoering van eventuele herstelwerkzaamheden per schip of mobiel platform.

47 Vanwege de specifieke ruimtelijke eisen die gelden voor helikopteroperaties zal bij zeldzame herstelwerkzaamheden van een boorgat naar verwachting geen gebruik kunnen worden gemaakt van helikopters.

Bij eventuele herstelwerkzaamheden is niet uitgesloten dat een mobiel boorplatform op kortere afstand van een turbine wordt gepositioneerd of schepen nabij een windturbine moeten manoeuvreren. Dit kan noodzakelijk zijn om herstelwerkzaamheden goed uit te kunnen voeren. Gelet hierop, kan de vergunninghouder in het ontwerp van het windpark uiteraard op basis van een eigen afweging uit voorzorg een grotere afstand dan 150 meter hanteren tussen de onderdelen van het windpark en het afgesloten boorgat.

Indien een boorgat redelijkerwijs niet met een afstand van 150 meter gemeden kan worden door de vergunninghouder van het windpark, dient voorafgaand aan de bodemberoerende werkzaamheden een nader onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat geen veiligheidsrisico’s kunnen optreden. Daarnaast moet instemming zijn verkregen van de beheerder van het betreffende boorgat. Dit is opgenomen in voorschrift 4, elfde lid.

Om eventuele hinder voor uitvoerders van onderhoud- of herstelwerkzaamheden zoveel mogelijk te voorkomen, is als waarborg in voorschrift 4, tiende lid, in dit kavelbesluit ook bepaald dat tijdens werkzaamheden aan thans geplande kabels van TenneT of aan de bestaande pijpleiding ‘K17-FA-1 – K14-FB-1’ of aan boorgaten het aantal rotaties van de windturbines in een straal van 1.000 meter rondom de reparatie/onderhoudslocatie tot minder dan twee per minuut wordt teruggebracht.

Regeling
Kavelbesluit kavel Gamma-B windenergiegebied IJmuiden Ver
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0051391
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl