wetzoeker

5.2 — Onderzoek naar voorkeursverkaveling Kavelbesluit kavel Gamma-B windenergiegebied IJmuiden Ver

Onderzoek naar voorkeursverkaveling

Een uitgangspunt van het Programma Noordzee 2022–2027 is dat Natura 2000-gebieden bij de aanwijzing van windenergiegebieden worden ontzien. Een tweede uitgangspunt van Programma Noordzee is dat binnen het aangewezen windenenergiegebied IJmuiden Ver een clearway beoogd is om een veilige doorvaart te garanderen voor de scheepvaart. Het gaat dan om de ferry-verbinding met Newcastle in het Verenigd Koninkrijk en meer in het algemeen de verbinding van drukke scheepvaartroutes met de havens van IJmuiden en Amsterdam. Een derde uitgangspunt is dat het meest noordelijke deel (Gamma) van het windenergiegebied IJmuiden Ver benut wordt voor circa 2 GW aan windenergie. Een vierde uitgangspunt van het Programma Noordzee 2022–2027 is dat om een windpark heen veiligheidsmarges worden gehanteerd volgens het ‘Ontwerpcriterium veilige afstanden tussen scheepvaartroutes en windparken op zee’ en dat in verkavelingen rekening wordt gehouden met onderhoudszones en veiligheidszones ten behoeve van andere infrastructuur. Gelet op deze uitgangspunten zijn in het milieueffectrapport voor de windenergiegebied Gamma de effecten van een voorkeursverkaveling in beeld gebracht. Er is geen alternatieve verkaveling onderzocht. Dit is nader toegelicht in de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD).

Hieronder wordt ingegaan op een aantal belangrijke bevindingen uit het MER.

In het MER is een bandbreedte onderzocht voor de kavel Gamma-A en kavel Gamma-B afzonderlijk en voor de kavels tezamen. Onderstaande tabel geeft de onderzochte bandbreedte aan voor de twee kavels tezamen. In hoofdstuk 13 van het MER is aangegeven wat de effecten zijn van de splitsing van de eerder beoogde kavel Gamma in de kavels Gamma-A en Gamma-B. De alternatieven die in het MER zijn onderzocht bestaan uit twee basisalternatieven met 15 MW (rotordiameter 236 m) en 20 MW (rotordiameter 280 m) turbines. Voor beide basisalternatieven zijn overplantingscenario’s van circa 5 procent (2,1 GW) en circa 15 procent (2,3 GW) onderzocht. In het MER zijn (deel) conclusies beschreven over de diverse onderwerpen op basis van de verschillende varianten, met veel aandacht voor de meest ongunstige uitkomst van op het betreffende onderwerp. Met andere woorden, er is een worst-case-benadering gehanteerd.

Alternatief 1a | Alternatief 2a | Alternatief 1b (overplanting 5%) | Alternatief 2b (overplanting 5%) | Alternatief 1c (overplanting 15%) | Alternatief 2c (overplanting 15%)

134 x 15 MW-turbines Rotordiameter 236 m | 100 x 20 MW-turbines Rotordiameter 280 m | 140 x 15 MW-turbines Rotordiameter 236 m | 106 x 20 MW-turbines Rotordiameter 280 m | 153 x 15 MW-turbines Rotordiameter 236 m | 115 x 20 MW-turbines Rotordiameter 280 m

In dit kavelbesluit is een maximaal rotoroppervlak, maximaal aantal te plaatsen windturbines, minimale tiplaagte en maximale tiphoogte voorgeschreven op basis van deze bandbreedte. Hiermee wordt aangesloten bij de stand van de techniek.

Uit het MER volgt dat de effecten van een windpark in de kavels Gamma-A en Gamma-B op de ecologie en andere gebruiksfuncties in algemene zin beperkt zijn. De cumulatieve effecten van de (internationale) windparkontwikkelingen op de ecologie nemen wel toe.

Uit het MER volgt dat het windpark kan worden aangelegd indien bij heiactiviteit een onderwatergeluidsnormering in acht wordt genomen van 164 dB re 1 μPa2s SELss (op 750 meter van de geluidsbron) om negatieve effecten op de bruinvis te voorkomen. Hierbij is ook rekening gehouden met de ecologische effecten van toekomstige windparken. Uit het MER volgt voorts dat in het windpark slachtoffers kunnen vallen onder lokaal verblijvende niet-broedvogels (met name de grote mantelmeeuw), vogels tijdens de seizoenstrek (met name de spreeuw) en vogels uit (kolonies in) Natura 2000-gebieden (kleine mantelmeeuw). Zie in dit verband paragraaf 7.3.1 van deze toelichting.

Uit het MER blijkt dat de kennisleemtes over met name vleermuizen op zee groot zijn. Desondanks kunnen effecten op de soortengroepen van migrerende vogels en vleermuizen (met name de ruige dwergvleermuis) beperkt worden. Mede gelet op de soortenbescherming, het voorzorgsbeginsel en de zorgplichten voor de natuur bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving

34 Artikelen 11.6 en 11.27 van het Bal.

worden mitigerende maatregelen getroffen, waaronder de maatregel dat het aantal rotaties per minuut van de windturbines moet worden teruggebracht bij specifieke weersomstandigheden in de periodes met massale vogeltrek en vleermuizentrek op rotorhoogte.

De toegestane bandbreedte aan inrichtingsmogelijkheden en de mitigerende maatregelen worden vastgelegd in de voorschriften bij het kavelbesluit. Zie deel III van dit besluit. Hiermee wordt rekening gehouden met de bevindingen van het MER en aangesloten bij de stand van de techniek.

Regeling
Kavelbesluit kavel Gamma-B windenergiegebied IJmuiden Ver
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0051391
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl