wetzoeker

3.4.7 — Verwatergebieden in de Oosterschelde Beleidsregel bemonsteringsplannen sanitaire monitoring 2025

Verwatergebieden in de Oosterschelde

Enkel voor de mossel- en oestersector zijn verwatergebieden (figuur 3.7) aangewezen. Dit komt omdat de Nederlandse mossel- en oestersector vooral gebaseerd zijn op cultuur in plaats van wilde visserij. Andere schelpdiervisserijen zijn gebaseerd op wilde visserij. De doorloop op de verwatergebieden is hoog, omdat het tevens als een tijdelijke opslag wordt gebruikt (nat pakhuis). De verwatergebieden worden daarom niet los bemonsterd op (potentieel) toxinevormende algen en biotoxinen, maar worden geacht over dezelfde status te beschikken als het (Nederlandse) productiegebied waaruit de partijen afkomstig zijn. De levende tweekleppige weekdieren horen daarbij te voldoen aan de normen voor het in de handel brengen voor menselijke consumptie.

In de oesterputten wordt bemonsterd op oesters (over het algemeen crassostrea gigas). Op de mosselverwaterpercelen wordt bemonsterd op mosselen (mytilus edulis) (tabel 3.9). De verwatergebieden die in gebruik zijn worden jaarlijks erkend als verwatergebied. Niet in gebruik zijnde verwatergebieden worden gezien als deel van het productiegebied waarin ze gelegen zijn.

Tabel 3.9 Het aantal monsters en frequentie per verwatergebied voor verificatie microbiologie (E. coli)

Verwatergebied | Aantal monsters | Frequentie monstername

1 vak of put per huurder/pachter/eigenaar1 | 1 | 1 x per maand

1 Per keer wordt zoveel mogelijk een ander vak van een perceel of put van een putcomplex bemonsterd.

Regeling
Beleidsregel bemonsteringsplannen sanitaire monitoring 2025
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
13-08-2025
BWB-id
BWBR0051381
Versie
2025-08-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl