wetzoeker

Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 18 juli 2025, nr. IENW/BSK-2025/179312, houdende een tijdelijk verbod en een vergunningplicht op het toepassen van LD- en ELO-staalslak (Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak) [Keten-ID WGK028079]

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
Rechtsgebied
Omgevingsrecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0051301
Versie
2026-07-01_0
SHA-256 bron
f15545ff970761e3763838639179c45159404987aa0cba91f83013528e368567

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

1 Deze regeling is van toepassing op de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.48m, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2 In deze regeling wordt verstaan onder staalslak:

a. LD-staalslak; en

b. ELO-staalslak.

Artikel 2

1 In afwijking van paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving is het met het oog op de bescherming van de bodem, de gezondheid van de mens en het milieu een ieder verboden om niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin meer dan 20 massaprocent staalslak op of in de landbodem toe te passen, voor zover deze worden toegepast:

a. in een laagdikte van meer dan 0,5 m; of

b. op een locatie waar inname of inhalatie hiervan of oog-, mond- of huidcontact niet is uitgesloten.

2 Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de Omgevingswet om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen op of in de landbodem, anders dan de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a en b.

Artikel 3

1 De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 2, eerste of tweede lid, gestelde verbod, voor zover de bescherming van de bodem, de gezondheid van de mens en het milieu zich daartegen niet verzet en onverkorte toepassing van het verbod tot onevenredige gevolgen voor de aanvrager zou leiden.

2 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Voorts kunnen voorschriften aan een ontheffing worden verbonden.

3 Bij de aanvraag voor een ontheffing wordt de zienswijze van het bevoegd gezag verstrekt.

Artikel 4

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2 Gelet op artikel 23.6a, tweede lid, van de Omgevingswet vervalt deze regeling achttien maanden na de datum bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak.