wetzoeker

Regeling aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg (inzake tariefmaatregel samenhangend met Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg)

Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 juli 2025, kenmerk 4148261-1084926-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidzorg, inzake tariefmaatregel samenhangend met Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0051243
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
2e1f8d236cb8b76c409931d36430028f6ae82ad9d0e2af0bcd34d32fc350e040

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

– bandbreedtetarief: een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste (bovengrens) als tarief in rekening mag worden gebracht als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel c, van de wet;

– component voor niet-beïnvloedbare factoren: prestaties met een component voor niet-beïnvloedbare factoren en een bandbreedtetarief die vallen onder de reikwijdte van de aanwijzing niet-beïnvloedbare factoren verpleeghuiszorg van 5 juli 2019 (Staatscourant 2019, 39108);

– HLO: Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg;

– maximumtarief: tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel c van de wet;

– vpt: prestatiebeschrijving volledig pakket thuis;

– V&V: sector Verpleging en Verzorging;

– wet: Wet marktordening gezondheidszorg;

– Wlz: Wet langdurige zorg;

– zorgautoriteit: Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;

– zzp: prestatiebeschrijving zorgzwaartepakket.

Artikel 2

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2026 ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en waar nodig regels vast.

Artikel 3

1 Binnen de Wlz contracteerruimte 2026 die de Minister van VWS vaststelt op grond van artikel 49e van de wet, geldt per 1 januari 2026 een tariefmaatregel van € 260 miljoen in 2026, € 300 miljoen in 2027, € 340 miljoen in 2028, € 380 miljoen in 2029, € 400 miljoen in 2030 en € 414 miljoen structureel vanaf 2031 (prijspeil 2025).

2 Deze tariefmaatregel geldt limitatief voor de (bovengrens van de) integrale maximum- en bandbreedtetarieven voor alle vastgestelde prestatiebeschrijvingen zzp en vpt V&V 1 tot en met 10 binnen de Wlz. Dit is inclusief de prestatiebeschrijvingen voor deeltijdverblijf en de prestatiebeschrijvingen met een component voor niet beïnvloedbare factoren. Het voorgaande geldt voor de prestatiebeschrijvingen die uitsluitend voor de V&V (kunnen) worden toegepast.

3 De zorgautoriteit voert voor elk van de in het eerste lid genoemde jaren de tariefmaatregel (prijspeil 2025) uit door middel van een (per jaar verschillende) uniforme procentuele korting op de (bovengrens van de) integrale maximum- en bandbreedtetarieven van de prestatiebeschrijvingen in het tweede lid.

4 De zorgautoriteit berekent de uniforme generieke taakstellende procentuele korting voor 2026 en latere jaren over de volgende grondslag:

alle vastgestelde prestatiebeschrijvingen voor zzp en vpt V&V 1 tot en met 10 binnen de Wlz contracteerruimte 2024 vermenigvuldigd met loon- en materiële kostencomponenten (geschoond voor de componenten voor niet beïnvloedbare factoren die onderdeel zijn van de bandbreedtetarieven) voor de betreffende prestatiebeschrijvingen in 2024.

5 De zorgautoriteit verwerkt de jaarlijkse tariefmaatregel generiek, naar rato te verdelen over de loon- en materiële kostencomponenten van de (bovengrens van de) integrale maximumtarieven- en bandbreedtetarieven (geschoond voor de component voor niet beïnvloedbare factoren) behorend bij de prestatiebeschrijvingen in het tweede lid.

Artikel 4

De zorgautoriteit dient de inhoud van deze aanwijzing als beschreven in voorgaande artikelen voor zover dit is aangewezen te betrekken bij het vaststellen van nieuwe tarieven. Dit betekent dat de zorgautoriteit de tariefmaatregel in de (loon- en materiële kostencomponenten van de) tarieven moet verwerken, indien de aan die tarieven ten grondslag liggende kostengegevens betrekking hebben op een jaar voorafgaand aan 2031 (het jaar waarin de maatregel haar structurele niveau bereikt). De zorgautoriteit doet dit door het verschil te verwerken tussen de tariefmaatregel voor het jaar waarop het nieuwe tarief betrekking heeft met de tariefmaatregel die al verwerkt was in de tarieven van het jaar waarop het kostenonderzoek betrekking heeft.

Artikel 5

Deze aanwijzing treedt per 1 januari 2026 in werking.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.