wetzoeker

2.2 — Beëindiging van periodieke giften Giftenbesluit

Beëindiging van periodieke giften

De minimale looptijd van een periodieke gift is vijf kalenderjaren, tenzij de schenker eerder overlijdt (artikel 6.34 en 6.38 Wet IB 2001). Bedongen kan worden dat de verplichting tot het doen van de uitkeringen of verstrekkingen ook op een eerder tijdstip kan worden beëindigd. De schenker mag echter de looptijd niet zelf zodanig kunnen beïnvloeden dat deze korter kan worden dan de minimale looptijd van vijf kalenderjaren. Als de schenker die invloed wel heeft, is geen sprake van een wezenlijke onzekerheid terwijl dit juist een kenmerk is van een periodieke gift. Dit vormt daarom een beletsel om de gift als periodieke gift aan te merken. Hetzelfde geldt voor het opnemen van de mogelijkheid om al vervallen termijnen te herroepen. Als de schenker de verplichting tot het doen van uitkeringen of verstrekkingen na vijf kalenderjaren kan beëindigen, is dat geen beletsel.

Regeling
Giftenbesluit
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
04-07-2025
BWB-id
BWBR0051178
Versie
2025-07-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl