wetzoeker

Paragraaf 3.1.1 — Periode terugkijktermijn justitiële gegevens Beleidsregels VOG-NP-RP 2025

Periode terugkijktermijn justitiële gegevens

Ten aanzien van de periodes waarover wordt teruggekeken bij justitiële gegevens wordt een onderscheid gemaakt tussen gevallen waarin de terugkijktermijn niet in duur wordt beperkt en gevallen waarin de terugkijktermijn wel in duur wordt beperkt.

Terugkijktermijn niet in duur beperkt

In de navolgende gevallen wordt de terugkijktermijn niet in duur beperkt:

– Indien het justitiële gegevens betreft over seksuele misdrijven zoals opgenomen in de artikelen 240 tot en met 253 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 240b tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht zoals die tot golden tot 1 juli 2024, artikel 250a zoals gold tot 1 oktober 2002 en de artikelen 250bis en 250ter zoals golden tot 1 oktober 2000 en artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de gedraging het dwingen of bewegen tot prostitutie betreft en/of artikel 140 van het Wetboek van Militair Strafrecht, voor zover de gedraging een seksueel misdrijf betreft. In het navolgende zal in dit verband worden gesproken over seksuele misdrijven zoals bedoeld in deze beleidsregels.

– Indien het justitiële gegevens betreft over terroristische misdrijven of misdrijven ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van het Strafrecht. In het navolgende zal in dit verband worden gesproken over terroristische delicten zoals bedoeld in deze beleidsregels.

Terugkijktermijn in duur beperkt

In alle andere gevallen dan hiervoor genoemd, is sprake van een terugkijktermijn die in duur wordt beperkt. Dit houdt in dat de beoordeling van de aanvraag in beginsel plaatsvindt aan de hand van de justitiële gegevens die ten aanzien van de aanvrager gedurende de vier jaren voorafgaand aan het moment van beoordeling voorkomen in het JDS. Van deze terugkijktermijn van vier jaren wordt slechts afgeweken wanneer sprake is van één van de hieronder genoemde uitzonderingen. In dat geval geldt de daar genoemde terugkijktermijn.

Van de terugkijktermijn van vier jaren wordt afgeweken indien:

a. de aanvraag voor een VOG naar het oordeel van het COVOG ziet op een functie met hoge integriteiteisen. In dat geval geldt een terugkijktermijn van tien jaren. Omdat voor de VOG politiegegevens ook geldt dat sprake is van een functie met hoge integriteitseisen geldt de terugkijktermijn van tien jaren ook voor justitiële gegevens die worden opgevraagd voor de VOG politiegegevens. Bij hoge uitzondering kan van deze termijn worden afgeweken indien het COVOG een langere termijn heeft vastgesteld;

b. de aanvraag voor een VOG samenhangt met een bijzondere wet of regeling waarin een andere termijn is opgenomen of samenhangt met de duur van een vergunning. In dat geval wordt aangesloten bij de duur van de vergunning of de in de desbetreffende wet of regeling opgenomen termijn;

c. gebruik wordt gemaakt van één van de in paragraaf 3.1.5 beschreven bijzondere weigeringsgronden;

d. de VOG wordt aangevraagd door een persoon die ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt. Behoudens het hiervoor gestelde, geldt in dat geval een terugkijktermijn van twee jaren, mits:

– er ten aanzien van de aanvrager geen justitiële gegevens worden aangetroffen inzake seksuele misdrijven of terroristische delicten, zoals hierboven genoemd bij de gevallen waarbij de terugkijktermijn niet in duur wordt beperkt, geweldsmisdrijven waarvoor een vrijheidsstraf van zes jaar of meer kan worden opgelegd of misdrijven die worden beschouwd als ondermijnende (drugs)criminaliteit en waarvoor een vrijheidsstraf van zes jaar of meer kan worden opgelegd.

– er geen sprake is van een bij ministeriële regeling aangewezen functie waarvoor een VOG politiegegevens is vereist.

e. de aanvrager gedurende de voor zijn aanvraag relevante terugkijktermijn enige tijd een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel heeft ondergaan. In dat geval wordt de van toepassing zijnde terugkijktermijn (telkens) vermeerderd met de feitelijke duur van de vrijheidsbeneming. Dit totdat de terugkijktermijn bestaat uit in totaal vier jaren, dan wel de termijn als bedoeld onder a, b, c of d, waarin geen sprake is geweest van vrijheidsbeneming.

Indien in de voor de aanvraag van toepassing zijnde terugkijktermijn relevante justitiële gegevens zijn aangetroffen, betrekt het COVOG bij de beoordeling van de aanvraag ook alle overige voor de aanvraag relevante justitiële gegevens die buiten de terugkijktermijn liggen in de beoordeling van de aanvraag. Aan deze strafbare feiten komt, nu deze buiten de terugkijktermijn hebben plaatsgevonden, onvoldoende gewicht toe om zelfstandig te worden betrokken bij de beoordeling van de VOG-aanvraag. Deze strafbare feiten worden echter wel betrokken bij de subjectieve criteria en zullen derhalve een rol spelen bij de belangenafweging. Op grond van de zowel binnen als buiten de termijn aangetroffen strafbare feiten wordt een inschatting gemaakt van het risico dat de aanvrager opnieuw met justitie in aanraking komt.

Regeling
Beleidsregels VOG-NP-RP 2025
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0051163
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl