Beoordelingskader Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden
Artikel 14, vierde lid, bevat criteria die getoetst zullen worden bij de beoordeling van de rangschikking van de aanvragen. Deze criteria zijn hieronder uitgewerkt in een beoordelingskader. De rangschikking van de aanvraag wordt aan de hand van deze criteria beoordeeld. Voor ieder criterium dienen minimaal 5 punten, van maximaal 10 punten, behaald te worden. 5 punten worden als voldoende beoordeeld. De onderdelen binnen het criterium laten zien hoe dit onderbouwd kan worden. De invulling van de losse onderdelen samen bepaalt het puntenaantal per criterium. De punten per criterium worden vervolgens conform het aangegeven percentage gewogen en bij elkaar opgeteld. Het eindoordeel wordt eveneens een cijfer tussen de 0 en 10 punten. Aan de hand hiervan wordt een ranking bepaald van de projecten van hoog naar laag.
Rekenvoorbeeld:
Criterium | Score | Gewogen score
Impact | 7 | 0,3 x 7 = 2,1
Kwaliteit | 5 | 0,5 x 5 = 2,5
Verankering | 8 | 0,2 x 8 = 1,6
Eindoordeel: 6,2
In de regeling zijn naast onderstaande inhoudelijke minimumvereisten ook de minimumvereisten voor het visiedocument, activiteitenplan en de begroting opgenomen. Deze dienen voldoende uitgewerkt te zijn om de minimaal te behalen 5 punten te kunnen ontvangen.
Criterium | Minimumvereisten
Criterium 1: Impact (weging 30%) (10 puntenschaal) De volgende onderdelen zijn duidelijk onderbouwd: – Wat de ambitie, visie en strategie is van de aanvrager op het gebied van LLO voor laagopgeleiden en laaggeletterden; – Hoe de aanvrager laagopgeleide en/of laaggeletterde werkenden en werkzoekenden in de regio of sector gaat bereiken en of hierbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende doelgroepen zoals moedertaalsprekers en anderstaligen; – Op basis van een analyse, wat de professionaliseringsopgaven zijn om de beoogde projectdoelen te bereiken; – de organisatie, borging van het project en strategische verbinding met andere (beleids)sectoren) | Uit de ingediende stukken blijkt: – Een beschrijving van de ambitie, visie en strategie en de wijze waarop de werkgevers, de laagopgeleide of laaggeletterde werkenden en werkzoekenden in de regio of op het eiland waar de aanvrager zich op richt, bereikt en ondersteund worden; – Een beschrijving van en analyse hoe het project zicht richt op de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt binnen de regio of op het eiland en hoe het samenwerkingsverband met LLO is vormgegeven. Dit dient te worden gedaan met een overzicht van de relevante partijen die daarbinnen actief zijn, waarvan in ieder geval een opleider, een (semi-)overheidsorganisatie en werkgeversorganisatie. Aanvrager dient toe te lichten hoe samenwerkingsverband tot stand is gekomen, wat de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen is, en wat de overwegingen zijn om organisaties wel of niet deel te laten nemen aan het samenwerkingsverband; – Een plan van aanpak voor professionalisering, voortvloeiend uit de analyse van de professionaliseringsopgave waarbij wordt opgegeven hoe gebruik wordt gemaakt van het reeds bestaande ondersteuningsaanbod. – Een beschrijving van de organisatie van de aanvrager en de mate waarin LLO voor laaggeletterden en laagopgeleiden verankerd is (of zal worden) in strategie, beleid en uitvoering.
Criterium 2: Kwaliteit (weging 50%) (10 puntenschaal) De volgende onderdelen zijn duidelijk onderbouwd: – De inhoudelijke uitwerking van het project, van de organisatie en de uitvoering. De keuzes die zijn gemaakt en de verwachte resultaten. – De vorm en inhoud van het (toekomstige) onderwijsaanbod en hoe dit voldoet aan de eisen uit artikel 3 van de regeling, de uitvoering van het project in relatie tot het onderwijsaanbod en het te doorlopen ontwikkelproces. – De samenwerking met interne en externe stakeholders is helder beschreven en in hoeverre er sprake is van een gedragen samenwerking. – Er is inzichtelijk gemaakt hoe het project georganiseerd gaat worden, waardoor een succesvolle uitvoering mogelijk is. – De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten en is voorzien van een toelichting. | Uit de ingediende stukken blijkt: – Inhoud: er is door middel van een beschrijving inzichtelijk gemaakt hoe de concrete uitwerking van het project eruit gaat zien, welke stappen in het ontwikkelproces doorlopen worden en hoe een visie en strategie tot stand gaat komen of is gekomen; – Onderwijsaanbod: er is inzichtelijk gemaakt hoe het onderwijsaanbod ontwikkeld wordt en hoe dit volgens aanvrager bijdraagt aan het bereiken van de deelnemers, het behalen van de doelen van het project en hoe dit in uitvoering wordt gebracht. Aansluiting bij bestaande onderwijsontwikkelingen op het gebied van praktijkleren met de praktijkverklaring, vakvaardigheden of basisvaardigheden kan worden toegelicht; – Onderwijskwaliteit: er is inzichtelijk gemaakt wat de visie is op de onderwijskwaliteit in het kader van dit project, hoe de betrokkenheid van de doelgroep of ervaringsdeskundigen is georganiseerd, en hoe men de onderwijskwaliteit waarborgt; – Samenwerking: er is een gedragen samenwerking met relevante partners, waarvan de samenstelling wordt toegelicht. Als er naast het samenwerkingsverband ook andere partijen zijn dan is duidelijk welke rol en inbreng de verschillende partijen in het project brengen. en de betrokkenheid wordt onderbouwd, bijvoorbeeld door middel van het feit dat dit voortbouwt op bestaande of voorgenomen samenwerkingen in de regio, zoals het Regionaal Beraad, de sectorale ontwikkelpaden en het regionaal Werkcentrum; – Projectorganisatie: er is inzichtelijk gemaakt hoe het project georganiseerd gaat worden, waardoor een succesvolle uitvoering mogelijk is; – Begroting: de begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten en is voorzien van een toelichting, gaat in op de kosteneffectiviteit en wordt aangeleverd in het hiervoor bestemde format.
Criterium 3: Verankering (weging 20%) (10 puntenschaal) De volgende onderdelen zijn duidelijk onderbouwd: – Hoe de projectresultaten van het project duurzaam verankerd worden op strategisch, tactisch en operationeel niveau; – Hoe het externe werkveld binnen de regio of sector waar de aanvrager zich op richt betrokken blijft worden na afloop van het project; – Hoe de aanvrager ook na afloop van het project vorm blijft geven aan LLO en de LLO-organisatie. | Uit de ingediende stukken blijkt: – Een beschrijving van hoe de activiteiten en resultaten verduurzaamd en verankerd worden na afloop van het project, onder andere door een beschrijving van de mate van structurele kennisdeling, de verspreiding van ontwikkeld (leer)materiaal, werkwijzen, methodieken en de continuering van onderlinge werkafspraken; – Onderbouwing van hoe het samenwerkingsverband wil bijdragen aan het verbinden van basisvaardigheden aan vakvaardigheden voor laaggeletterde en/of laagopgeleide personen; – Een visie op hoe het externe werkveld binnen de regio waar de aanvrager zich op richt betrokken blijft na afloop van het project; – Hoe het resultaat qua het bereik van ten minste 200 laaggeletterde en/of laagopgeleide personen per regio in Europees Nederland of ten minste 15 laaggeletterde en/of laagopgeleide personen per eiland in Caribisch Nederland behaald gaat worden en hoe dit in de toekomst na het project voortgezet kan worden.
- Regeling
- Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0051162
- Versie
- 2026-08-01_0