wetzoeker

Artikel 6 Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling

Echtgenoot en geregistreerd partners ten tijde van het verzoek om medewerking

De persoon die samen met de belanghebbende die in aanmerking komt dan wel in aanmerking zou zijn gekomen indien deze belanghebbende niet was overleden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gepoogd tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen voor al hun beider schulden door gezamenlijk een MSNP-verzoek te doen en er tussen deze persoon en de belanghebbende sprake is geweest van een gemeenschap van goederen als bedoeld in artikel 94 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ten tijde van het doen van het MSNP-verzoek komt op aanvraag in aanmerking voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, de kwijtschelding van belastingschulden, bedoeld in artikel 5 en de kwijtschelding van toeslagschulden, bedoeld in artikel 31ter van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, indien die persoon niet zelf een afwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Regeling
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0051149
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl