wetzoeker

Artikel 2 Regeling kansrijke wijk (tweede tranche)

1 De minister kan voor de jaren 2026, 2027 en 2028 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid een specifieke uitkering verstrekken voor:

a. de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden;

b. de bekostiging van activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid;

c. de bekostiging van integrale activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten als bedoeld in artikel 4.

2 De te behalen resultaten, bedoeld in het eerste lid, onder b, hebben betrekking op de volgende thema’s:

a. re-integratie en preventie geldzorgen, genoemd in artikel 5;

b. school en omgeving, genoemd in artikel 6;

c. ontwikkeling van het jonge kind, genoemd in artikel 7;

d. maatschappelijke samenhang, genoemd in artikel 7a;

e. financiële educatie, genoemd in artikel 7b.

3 De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat in de begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. Ten aanzien van de uitkering is artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

4 Aan de bekostiging van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden voorwaarden gesteld die in de artikelen 3 tot en met 8 zijn genoemd.

Regeling
Regeling kansrijke wijk (tweede tranche)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-07-2026
BWB-id
BWBR0051138
Versie
2026-07-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl