Bijlage 10 — behorend bij artikel 3.6.1, eerste lid: voorwaarden aanwijzing keuringsarts Regeling bemanning zeeschepen
behorend bij artikel 3.6.1, eerste lid: voorwaarden aanwijzing keuringsarts
1. Een geneeskundige kan worden aangewezen als keuringsarts wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen:
A. Bevoegdheid, kennis en bekwaamheid
1. De in Nederland praktijkhoudende arts is ingeschreven in het BIG-register. De in het buitenland praktijkhoudende arts overlegt een bewijs van bevoegdheid tot het uitoefenen van de arts in het desbetreffende land. Daarnaast wordt een door de bevoegde autoriteit van dat land ondertekende verklaring van niet-schorsing overgelegd.
2. De arts heeft ervaring in het herkennen van ziekten en aandoeningen en heeft recente praktische ervaring in het algemeen lichamelijk onderzoek en het onderzoek van het gezichts- en gehoororgaan. De arts is werkzaam op een relevant werkterrein waarin de genoemde onderzoeken tot de dagelijkse praktijk behoren.
3. De arts beschikt over aantoonbare kennis van en ervaring met de scheepvaart en is bekend met de leef- en werkomstandigheden aan boord van zeeschepen.
4. De arts heeft een voldoende beheersing van de Engels en Nederlandse taal om de keurling te woord te staan, de vragen vermeld op het keuringsformulier zorgvuldig met de keurling te bespreken en te communiceren met de Medisch Adviseur Scheepvaart.
B. Keuringslocatie en aanwezige apparatuur
1. Voor de keurlingen is een vaste locatie beschikbaar welke goed bereikbaar is.
2. De keuringsruimte is schoon, warm en adequaat ingericht met een onderzoeksbank en instrumentarium. Het gesprek tussen keurend arts en keurling kan niet door anderen worden beluisterd. Voor urinemonsters kan de keurling gebruik maken van een toilet met de mogelijkheid om de handen te wassen.
3. Voor de bepaling van de gezichtsscherpte veraf, de gezichtsscherpte nabij en het kleuronderscheidingsvermogen is het in bijlage 6.1, van de Binnenvaartregeling vermelde onderzoeksmateriaal aanwezig, waaronder ten minste de Ishihara test en een van de specialistische kleurentesten waarmee de grens van een kleurenzienstoornis nauwkeurig bepaald kan worden. Alle onderzoeken moeten kunnen worden uitgevoegd onder de voor de betreffende test voorgeschreven verlichting.
4. Voor de bepaling van de gehoorscherpte is een toonaudiometer aanwezig. Het screeningsaudiogram moet kunnen worden afgenomen in een zeer rustige omgeving via hoofdtelefoons. Als niet kan worden beschikt over een audiometriecabine zijn geluidwerende kappen, gemonteerd over de hoofdtelefoon, aanwezig. De apparatuur wordt tenminste eenmaal per jaar gecontroleerd en gekalibreerd en geijkt door een daartoe bevoegde instantie.
5. De arts beschikt over toegang tot het internet en over een e-mailadres dat kan worden gebruikt voor communicatie met de Medisch Adviseur Scheepvaart.
C. Behoefte aan keuringscapaciteit
1. Een eerste aanvraag door een arts om aangewezen te worden als keuringsarts voor de scheepvaart in Nederland wordt alleen gehonoreerd als de behoefte aan keuringscapaciteit in de desbetreffende regio dit toelaat. Het gemiddelde aantal keuringen per arts van de reeds aangewezen artsen in de desbetreffende regio is in de voorgaande twee jaar ten minste 60 per jaar.
2. In afwijking van het eerste lid kan een eerste aanvraag om aangewezen te worden als keuringsarts voor de scheepvaart in Nederland gehonoreerd worden als het een opvolging betreft van een reeds aangewezen arts die voldeed aan het voorgeschreven aantal keuringen zoals bepaald in het derde lid.
3. Een hernieuwd verzoek tot aanwijzing als keuringsarts voor de scheepvaart in Nederland wordt alleen gehonoreerd als de desbetreffende arts in de voorgaande twee jaar ten minste 40 keuringen voor de scheepvaart heeft uitgevoerd. Het hernieuwd verzoek tot aanwijzing als keuringsarts wordt ten minste drie maanden voor het tijdstip waarop de aanwijzing afloopt ingediend.
4. Een eerste aanvraag door een arts om aangewezen te worden als keuringsarts voor de scheepvaart buiten Nederland wordt alleen gehonoreerd als de behoefte tot aanwijzing van een keuringsarts in de desbetreffende regio wordt aangetoond. Het te verwachten aantal keuringen door een dergelijke arts bedraagt tenminste honderd per jaar.
5. Een hernieuwd verzoek tot aanwijzing als keuringsarts voor de scheepvaart buiten Nederland wordt alleen gehonoreerd als de desbetreffende arts in de voorgaande twee jaar gemiddeld ten minste 100 keuringen voor de scheepvaart per jaar heeft uitgevoerd. Het hernieuwd verzoek tot aanwijzing als keuringsarts voor de scheepvaart wordt ten minste drie maanden voor het tijdstip waarop de aanwijzing afloopt ingediend.
D. Verklaring omtrent het gedrag
De arts overlegt bij de eerste aanvraag on aangewezen te worden als keuringsarts voor de scheepvaart een recente Verklaring Omtrent Gedrag.
E. Bekendmaking gegevens
De arts stemt in met de opname van zijn NAW-gegevens en telefoonnummer op een lijst van beschikbare keuringsartsen, die op internet wordt gepubliceerd en op verzoek wordt toegezonden. Ten bewijze van de instemming ondertekent de arts een akkoordverklaring.
2. Aan de aanwijzing zijn de volgende voorschriften verbonden:
A. Gegevens keuringsarts
1. De aanwijzing betreft een individuele keuringsarts. Alleen deze voert het onderzoek uit en ondertekent de geneeskundige verklaring voor de zeevaart met een aan de Medisch Adviseur Scheepvaart bekendgemaakte handtekening.
2. De aanwijzing betreft het verrichten van keuringen op een met name genoemd adres.
Een voorgenomen wijziging van het keuringsadres wordt uiterlijk drie maanden voor het tijdstip van wijziging gemeld aan de Medisch Adviseur Scheepvaart. De aan de Medisch Adviseur Scheepvaart beoordeelt of de voorgenomen keuringslocatie aan de gestelde eisen voldoet.
3. Een wijziging van de administratieve gegevens of van het telefoonnummer wordt terstond schriftelijk medegedeeld aan de Medisch Adviseur Scheepvaart.
B. Beschikbaarheid en bereikbaarheid
1. De keurling wordt in het algemeen binnen een week na het verzoek daartoe gekeurd. Indien het zeeschip binnen die periode zal vertrekken, spant de keurend arts zich in de keuring voor het tijdstip van vertrek te verrichten of hij verwijst de keurling naar een collega.
2. De keurling ontvangt bij het maken van een afspraak voor de keurling duidelijke informatie over de route naar de keuringslocatie.
C. Medewerking aan toezicht
1. De keuringsarts verleent de Medisch Adviseur Scheepvaart of zijn gemachtigde alle medewerking aan het door deze nagaan of aan de getelde eisen wordt voldaan.
2. De keuringsarts verleent de Medisch Adviseur Scheepvaart of zijn gemachtigde alle medewerking aan een steekproefgewijze herkeuring van de keurling.
3. De keuringsarts verstrekt aan de Medisch adviseur Scheepvaart de gegevens van een uitgevoerd keuring wanneer deze, gemachtigd daartoe door de keurling, daarom verzoekt.
- Regeling
- Regeling bemanning zeeschepen
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- BWB-id
- BWBR0051068
- Versie
- 2026-07-01_0