wetzoeker

Artikel 3.4.21 Regeling bemanning zeeschepen

Kennisbewijzen officieren en bekwaamheidsbewijzen gezel

1 Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart:

a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:

1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2, 3 en 5, en

2°. voorschrift II/2, vierde lid, onderdeel 3;

b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die de aspecten materialen, tuigage, scheepsvormen, dynamische stabiliteit van zeilschepen omvat en voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:

1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid; en

2°. sectie A-II/2, eerste tot en met zevende lid, waarbij het in het vierde lid bedoelde kennisniveau de functie kapitein betreft, het in het vijfde lid bedoelde niveau zeeschepen van minder dan 3.000 GT betreft; en

c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan onder bijhouding van een door of namens de kapitein af te tekenen stageboek.

2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de aanvrager die in het bezit is van het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart, bedoeld in artikel 3.2.22, volstaan met een diensttijd van ten minste zes maanden.

3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de aanvrager die in het bezit is van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie maritiem officier, stuurman zeeschepen van minder dan 3.000 GT of stuurman alle zeeschepen, volstaan met een diensttijd van ten minste twee maanden.

Regeling
Regeling bemanning zeeschepen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0051068
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl