3.2 — Milieueffectrapportage (mer) (deel 1) Kavelbesluit kavel Gamma-A windenergiegebied IJmuiden Ver
Milieueffectrapportage (mer)
De procedure van de milieueffectrapportage (mer-procedure) is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving indien sprake is van besluitvorming over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet bepaalt dat projecten en de daarvoor benodigde besluiten worden aangewezen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. De aangewezen categorieën zijn op grond van artikel 11.6, eerste lid, van het Omgevingsbesluit te vinden in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Afhankelijk van het type activiteit en daarmee de categorisatie in de bijlage van het Omgevingsbesluit, moet bij de voorbereiding van de plannen en/of besluiten een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt of moet het bevoegd gezag beoordelen of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
In onderdeel C2, kolom 2, van bijlage V bij het Omgevingsbesluit is de oprichting van een windpark bestaande uit twintig windturbines of meer, opgenomen. In kolom 4 is verder het kavelbesluit als bedoeld in artikel 3 van de Wet windenergie op zee aangewezen. Dit betekent dat een kavelbesluit voor een windpark op zee (bestaande uit twintig windturbines of meer) mer-plichtig is. Het windpark in kavel Gamma-A zal uit meer dan twintig windturbines bestaan, en is daarom mer-plichting.
De reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectonderzoek is vastgesteld op basis van de concept-notitie reikwijdte en detailniveau (concept-NRD) en de daarop ontvangen zienswijzen en adviezen. Tijdens de terinzagelegging van de concept-NRD voor de kavels Gamma-A en Gamma-B (destijds nog: kavels V-VI) in de periode van 1 juli tot en met 11 augustus 2022, is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Er zijn in totaal drie zienswijzen ontvangen. De betrokken bestuursorganen zijn geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau. De definitieve NRD is op 2 juni 2023 vastgesteld.
14 Stcrt. 2023, nr. 17414. Zie ook: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/woz-ijmuiden-ver-kavel-gamma.
Het milieueffectrapport
15 Pondera, in opdr. van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Milieueffectrapport kavel Gamma, windenergiegebied IJmuiden Ver, ref. 723097, 2025.
is opgesteld door een onafhankelijk en ter zake deskundig adviesbureau. Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpkavelbesluit is de Commissie mer gevraagd te adviseren over de concept-milieueffectrapportage (versie 8 januari 2024). De commissie heeft op 30 mei 2024 geadviseerd het concept MER op een aantal specifieke punten aan te vullen
16 Commissie voor de milieueffectrapportage, Wind op Zee Kavelbesluit IJmuiden Ver Gamma – Toetsingsadvies over het milieueffectrapport, 30 mei 2024, projectnr. 3808.
. Op deze aspecten is hieronder een reactie geformuleerd.
– Ten eerste heeft de Commissie mer in het toetsingsadvies opgemerkt dat uit het MER blijkt dat een verhoging van de voorgeschreven minimale tiplaagte het aantal vogelslachtoffers kan beperken. De commissie verzoekt om een nadere beschouwing en uitwerking van deze mitigerende maatregel in de definitieve besluitvorming.
De eisen die aan een windpark worden gesteld komen tot stand na een afweging waarbij verschillende, soms conflicterende, ruimtelijke belangen zijn betrokken. Met een tiplaagte van ten minste 25 meter is aangesloten bij eerdere kavelbesluiten en de uitgangspunten van het KEC 5.0. Het is ook internationaal een gangbare tiplaagte. In algemene zin kan hierover gesteld worden dat in het MER is geconcludeerd dat (ook) bij een tiplaagte van 25 meter geen gevolgen zijn te verwachten van het windpark voor de staat van instandhouding van beschermde vogelsoorten. Ter bescherming van vogels en andere soorten wordt primair ingezet op turbines met een hoog vermogen, omdat daar minder van geplaatst hoeven te worden om aan de vermogensdoelstelling van een kavel te kunnen voldoen. Uit het MER volgt dat een tiplaagteverhoging leidt tot een lager aanvaringsrisico voor sommige zeevogelsoorten. Dit effect is afgewogen tegen de ontwerpeisen die een tiplaagteverhoging met zich meebrengt. Denk hierbij aan de verzwaring van de fundering, die bij de aanleg mogelijk tot meer verstoring van onderwaterleven leidt. Bij de voorgeschreven dimensionering spelen voorts zaken als kosten, grondstoffengebruik en energetische terugverdientijd van een windpark een rol. Daarnaast is rekening gehouden met de maximale tiphoogte van 304,8 meter in verband met de veiligheid van het luchtverkeer. De hoogte van 304,8 meter correspondeert met de grens in het luchtruim van 1.000 voet. De verstoring van het luchtverkeer blijft beperkt bij een bouwhoogte tot 1.000 voet. Uitgaande van die tiphoogtegrens, brengt een tiplaagteverhoging met zich mee dat de bandbreedte voor rotordiameters ingeperkt wordt. Met de voorgeschreven tiplaagte van minimaal 25 meter wordt een gelijk speelveld voor ontwikkelaars zoveel mogelijk geborgd.
– Ten tweede adviseert de Commissie mer om de effecten op aanvaringen en mogelijke verdrinkingen in het scheepvaartveiligheidsonderzoek mee te nemen als kennisleemte en daarbij de mogelijke risico’s van deze kennisleemte te beschouwen en uit te leggen hoe er met deze leemte in kennis wordt omgegaan.
De MER-opsteller heeft naar aanleiding van het advies in het MER nader toegelicht welke kennisleemtes er zijn over effecten van aanvaringen en verdrinkingen en heeft daarbij aangeven hoe met deze kennisleemtes wordt omgegaan. Ten aanzien van de vraag in hoeverre sprake kan zijn van andere gevolgen bij gebruik van een ander funderingstype dan een monopile, is de conclusie dat dit vooralsnog een kennisleemte betreft. Om die reden is besloten om in afwijking van het ontwerpkavelbesluit in voorschrift 3, negende lid, enkel het gebruik van monopiles toe te staan. Binnen het MOSWOZ-programma zal hier op termijn wel nader onderzoek naar worden gedaan. Gelet op de waterdiepte en bodemomstandigheden in de kavel, is de verwachting dat de inperking van de bandbreedte op dit aspect niet tot uitvoeringsproblemen leidt.
– Ten derde adviseert de Commissie mer om informatie toe te voegen over risico’s op olie-uitstroom, gebaseerd op bestaand internationaal onderzoek, en daarbij mogelijke mitigerende maatregelen, bijvoorbeeld actieve verkeersbegeleiding, in beeld te brengen evenals de effectiviteit daarvan.
De MER-opsteller heeft naar aanleiding van het advies nadere informatie in het MER toegevoegd over de risico’s op olie uitstroom op basis van (inter)nationaal onderzoek en de effectiviteit van actieve verkeersbegeleiding (VTMon) als mitigerende maatregel. Op basis van aanvullend onderzoek in het MER is de conclusie dat het lastig zal zijn om de effectiviteit van VTMon op kwantitatieve wijze te monitoren. Het aantal scheepsongevallen op de Noordzee is relatief laag en er kunnen per jaar grote variaties optreden in het aantal opgetreden ongevallen zonder dat daarbij de nautische veiligheid is veranderd. Het is de verwachting dat na de implementatie van VTMon het ongeveer 5 jaar zal duren voordat er betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken.
– Ten vierde adviseert de Commissie mer om aandacht te besteden aan het effect van heigeluid op bruinvisverstoringsdagen. Daarbij gaat het om, naast geluidarme funderingstechnieken en funderingtypes, aanvullende maatregelen in te zetten om te kunnen voldoen aan een strengere geluidsnorm voor deze en toekomstige kavelbesluiten.
- Regeling
- Kavelbesluit kavel Gamma-A windenergiegebied IJmuiden Ver
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0051046
- Versie
- 2026-07-17_0