wetzoeker

4.3 — Beschrijving van het windpark Kavelbesluit kavel I-A windenergiebied Nederwiek (zuid)

Beschrijving van het windpark

Een windpark wordt in artikel 1 van de Wet windenergie op zee gedefinieerd als een samenstel van voorzieningen waarmee windenergie wordt geproduceerd. Met een samenstel van voorzieningen wordt bedoeld: alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van windenergie. Het betreft in dit kavelbesluit:

• maximaal 76 windturbines, elk in hoofdzaak bestaande uit een mast, een gondel, drie rotorbladen en eventuele meetapparatuur;

• de funderingen van de windturbines, eventueel voorzien van een transitiestuk;

• erosiebescherming rond de funderingen, doorgaans in de vorm van steenbestorting;

• bekabeling die de individuele windturbines verbindt en aansluit op een aansluitpunt (inter-array-kabels).

Windturbines

Er zijn momenteel veel verschillende typen windturbines op de markt. De tendens is om windturbines te ontwikkelen met grotere rotoren en vermogens. Hierbij zijn voor het windpark in kavel I-A onder meer de volgende ontwerpvariabelen te onderscheiden:

• een tiphoogte (bovenste stand van een individueel blad) van ten hoogste 304,8 meter;

• een tiplaagte (laagste stand van een individueel blad) van ten minste 25 meter;

• een minimaal vermogen van 15 MW.

Funderingen

Turbines kunnen worden aangelegd met behulp van de volgende funderingstypen:

• monopile: een stalen buis met een verschillende doorsnede afhankelijk van het gewicht van de windturbine en de grondsoort, waarop de turbine geplaatst wordt;

• jacket: een open constructie die met vier palen in de bodem is verankerd;

• tripod: een open constructie die met drie palen in de bodem is verankerd;

• gravity based fundering: een betonnen voet bestaande uit een holle kegel die ter plaatse wordt afgezonken en op de bodem wordt geplaatst en gevuld wordt met zand;

• suction bucket

30 Een suction bucket wordt geïnstalleerd door het op de zeebodem te plaatsen en vervolgens een pomp te activeren die water uit de bucket verwijdert, waardoor de bucket zich vastzuigt en in de bodem dringt. Bovenop de suction bucket wordt de turbinepaal gemonteerd.

: een cilindrische constructie geplaatst onder een jacket waarvan de bovenkant is afgesloten.

Aan de bandbreedte en inrichting van het windpark zijn op grond van de resultaten van het milieueffectonderzoek nog nadere beperkingen verbonden. De belangrijkste beperking is het verplichte gebruik van een monopilefundering. Verder gaat het onder meer om zaken als de minimale onderlinge afstand tussen windturbines, het onderwatergeluidsniveau als gevolg van heiactiviteit, het maximaal aantal bruinvisverstoringsdagen, het totale rotoroppervlak en het toepassen van stilstandvoorzieningen. Deze beperkingen worden toegelicht in hoofdstuk 6 en 7. Daarnaast stelt de netbeheerder TenneT grenzen aan het in te voeden vermogen (zie par. 4.2.3). Gegeven deze bindende randvoorwaarden, maar bijvoorbeeld ook de windafvangeffecten, zal de vergunninghouder het windpark zo ontwerpen dat een optimum wordt bereikt.

Regeling
Kavelbesluit kavel I-A windenergiebied Nederwiek (zuid)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0051044
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl