wetzoeker

3.2 — Milieueffectrapportage (mer) (deel 1) Kavelbesluit kavel I-A windenergiebied Nederwiek (zuid)

Milieueffectrapportage (mer)

De procedure van de milieueffectrapportage (mer-procedure) is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving indien sprake is van besluitvorming over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet bepaalt dat projecten en de daarvoor benodigde besluiten worden aangewezen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. De aangewezen categorieën zijn op grond van artikel 11.6, eerste lid, van het Omgevingsbesluit te vinden in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Afhankelijk van het type activiteit en daarmee de categorisatie in de bijlage van het Omgevingsbesluit, moet bij de voorbereiding van de plannen en/of besluiten een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt of moet het bevoegd gezag beoordelen of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

In onderdeel C2, kolom 2, van bijlage V bij het Omgevingsbesluit is de oprichting van een windpark, bestaande uit twintig windturbines of meer, opgenomen. In kolom 4 is verder het kavelbesluit als bedoeld in artikel 3 van de Wet windenergie op zee aangewezen. Dit betekent dat een kavelbesluit voor een windpark op zee (bestaande uit twintig windturbines of meer) mer-plichtig is. Het windpark in kavel I-A zal uit meer dan twintig windturbines bestaan, en is daarom mer-plichtig.

De reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectonderzoek is vastgesteld op basis van de concept-notitie reikwijdte en detailniveau (concept-NRD) en de daarop ontvangen zienswijzen en adviezen. Tijdens de terinzagelegging van de concept-NRD voor windenergiegebied Nederwiek (zuid) in de periode van 23 juni tot en met 3 augustus 2023, is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. De betrokken bestuursorganen zijn geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau. De definitieve NRD is in februari 2024 vastgesteld.

16 Stcrt. 2024, nr. 5425. Zie ook: http://www.rvo.nl/nederwiek-zuid-kavel-I.

Het milieueffectrapport

17 Pondera, in opdr. van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Milieueffectrapport kavel I, windenergiegebied Nederwiek (zuid), ref. 723097, 2024.

is opgesteld door een onafhankelijk en ter zake deskundig adviesbureau. Gedurende de terinzagelegging van het ontwerpkavelbesluit is de Commissie mer gevraagd te adviseren over het milieueffectrapport. De commissie concludeert in het toetsingsadvies dat de milieugevolgen van een windpark op zee in windenergiegebied Nederwiek (zuid) grotendeels goed in beeld zijn gebracht. Daarnaast adviseert de commissie om het MER op enkele aspecten aan te vullen.

18 Commissie voor de milieueffectrapportage, Wind op Zee Kavelbesluit Nederwiek 1 – Toetsingsadvies over het milieueffectrapport, 9 januari 2025, projectnr. 3843.

Op deze aspecten is hieronder een reactie geformuleerd.

– Ten eerste adviseert de Commissie mer om nieuwe inzichten uit het rapport ‘Schipperen met de ruimte’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) op het gebied van scheepvaartveiligheid te betrekken in het MER en bij de besluitvorming over de kavelbesluiten. Het gaat hierbij enerzijds om inzichten over te hanteren manoeuvreerruimte voor schepen. Anderzijds gaat het om inzichten over de risico’s op, en gevolgen van, aanvaringen. De commissie beveelt aan om nader in te gaan op de scheepvaartveiligheidsaspecten van andere funderingstypes dan monopiles, op de risico’s van verdrinkingen en op de gevolgen van een beschadiging van de scheepshuid met mogelijke olielekkage tot gevolg.

De MER-opsteller heeft naar aanleiding van het advies het MER aangevuld met inzichten uit het OvV-rapport. Ten aanzien van het specifieke advies van de Commissie mer om beter te onderzoeken in hoeverre sprake kan zijn van andere gevolgen bij gebruik van een ander funderingstype dan een monopile, is de conclusie dat dit vooralsnog een kennisleemte betreft. Om die reden is besloten om in afwijking van het ontwerpkavelbesluit in voorschrift 3, negende lid, enkel het gebruik van monopiles toe te staan. Binnen het MOSWOZ-programma zal hier op termijn wel nader onderzoek naar worden gedaan. Gelet op de waterdiepte en bodemomstandigheden in de kavel, is de verwachting dat de inperking van de bandbreedte op dit aspect niet tot uitvoeringsproblemen leidt.

– Ten tweede heeft de Commissie voor de m.e.r. in het toetsingsadvies opgemerkt dat uit het MER blijkt dat een verhoging van de voorgeschreven minimale tiplaagte het aantal vogelslachtoffers kan beperken. De commissie verzoekt om de afweging rond deze mitigerende maatregel in de definitieve besluitvorming te verduidelijken.

De eisen die aan een windpark worden gesteld komen tot stand na een afweging waarbij verschillende, soms conflicterende, ruimtelijke belangen zijn betrokken. Met een tiplaagte van ten minste 25 meter is aangesloten bij eerdere kavelbesluiten en de uitgangspunten van het KEC 5.0. Het is ook internationaal een gangbare tiplaagte. In algemene zin kan hierover gesteld worden dat in het MER is geconcludeerd dat (ook) bij een tiplaagte van 25 meter geen gevolgen zijn te verwachten van het windpark voor de staat van instandhouding van beschermde vogelsoorten. Ter bescherming van vogels en andere soorten wordt primair ingezet op turbines met een hoog vermogen, omdat daar minder van geplaatst hoeven te worden om aan de vermogensdoelstelling van een kavel te kunnen voldoen. Uit het MER volgt dat een tiplaagteverhoging leidt tot een lager aanvaringsrisico voor sommige zeevogelsoorten. Dit effect is afgewogen tegen de ontwerpeisen die een tiplaagteverhoging met zich meebrengt. Denk hierbij aan de verzwaring van de fundering, die bij de aanleg mogelijk tot meer verstoring van onderwaterleven leidt. Bij de voorgeschreven dimensionering spelen voorts zaken als kosten, grondstoffengebruik en energetische terugverdientijd van een windpark een rol. Daarnaast is rekening gehouden met de maximale tiphoogte van 304,8 meter in verband met de veiligheid van het luchtverkeer. De hoogte van 304,8 meter correspondeert met de grens in het luchtruim van 1.000 voet. De verstoring van het luchtverkeer blijft beperkt bij een bouwhoogte tot 1.000 voet. Uitgaande van die tiphoogtegrens, brengt een tiplaagteverhoging met zich mee dat de bandbreedte voor rotordiameters ingeperkt wordt. Met de voorgeschreven tiplaagte van minimaal 25 meter wordt een gelijk speelveld voor ontwikkelaars zoveel mogelijk geborgd.

– Ten derde constateert de commissie dat het MER aannemelijk maakt dat onderwatergeluid voldoende gemitigeerd kan worden om te kunnen voldoen aan de gestelde geluidnormering van 164 dB re 1 μPa2s SELss (op 750 meter van de geluidsbron). De commissie beveelt wel aan om de randvoorwaarden en de consequenties duidelijk te vermelden in de kavelbesluiten ten behoeve van de uitvoerbaarheid, bouwtijd, beperkingen voor techniekkeuzes en dergelijke.

Regeling
Kavelbesluit kavel I-A windenergiebied Nederwiek (zuid)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0051044
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl