wetzoeker

Besluit afwijkend gebruik frequentieruimte

Besluit van 22 april 2025, houdende vaststelling van regels over afwijkend gebruik van frequentieruimte (Besluit afwijkend gebruik frequentieruimte)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
29-04-2025
Rechtsgebied
Informatierecht, Telecomrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0050986
Versie
2025-04-29_0
SHA-256 bron
4b01faf19d12f14a552b21a1571f96d9e03173e47c9df8677d86d3430dcb9608

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 1.3
  4. Artikel 1.4
  5. Artikel 2.1
  6. Artikel 2.2
  7. Artikel 2.3
  8. Artikel 3.1
  9. Artikel 3.2

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1.1

1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

afwijkend gebruik van frequentieruimte: met apparatuur, die voldoet aan artikel 1.3 van dit besluit, inbreuk maken op normaal gebruik van de frequentieruimte, waaronder het onderzoeken, aftasten ten einde informatie te vergaren, en tijdelijk verstoren van frequenties, alsmede het toegang verwerven tot frequenties en het tijdelijk onmogelijk maken van communicatie via frequenties;

frequentieband: frequentieruimte binnen de in het frequentieplan, bedoeld in artikel 3.1 van de wet, aangegeven internationale bandgrenzen;

onbemand mobiel object: een zich autonoom of op afstand bestuurd, zich verplaatsend object waaronder drones, robots, voertuigen en vaartuigen;

Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

verantwoordelijke:

– Bij de politie: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, als het afwijkend gebruik wordt toegepast door ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

– bij het Ministerie van Defensie: de Minister van Defensie, of

– bij het ministerie van Justitie en Veiligheid: de Minister van Justitie en Veiligheid.

wet: Telecommunicatiewet.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1.2

Afwijkend gebruik van frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten is toegestaan:

a. als dit als doel heeft de openbare veiligheid te waarborgen dan wel bedreigingen daarvan te bestrijden;

b. in de gevallen, bedoeld in artikel 3.22, derde lid, onderdelen a en e van de wet.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1.3

1 Bij regeling van Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, worden nadere regels gesteld aan de apparatuur waarmee afwijkend gebruik mag worden gemaakt van frequentieruimte.

2 De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op:

a. technische eisen aan de apparatuur, de wijze waarop de apparatuur uitzendt of verstoort, en de functies waarover het apparaat beschikt met name om de verstoring te kunnen richten en beperken;

b. de wijze waarop aangetoond wordt dat de apparatuur voldoet aan de eisen, bedoeld in onderdeel a;

c. registratie van de apparatuur, en

d. eisen aan de opslag van de apparatuur.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1.4

1 Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 1.3, zijn:

a. de ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en die individueel dan wel uit hoofde van hun functie zijn aangewezen door de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, en

b. de ambtenaren die individueel dan wel uit hoofde van hun functie zijn aangewezen door de minister van Justitie en Veiligheid of Defensie.

2 De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de door Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, bij ministeriële regeling vastgestelde eisen betreffende kennis van de operationele, technische en juridische aspecten van het gebruik van die apparatuur.

Hoofdstuk 2 — Eisen aan afwijkend gebruik ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Artikel 2.1

Afwijkend gebruik van frequentieruimte in een bepaalde frequentieband ter bestrijding van onbemande mobiele objecten geschiedt uitsluitend:

a. nadat een onbemand mobiel object is waargenomen;

b. indien er sprake is van een ernstige, acute en herkenbare dreiging van de veiligheid, en

c. indien er geen andere, minder ingrijpende toereikende middelen zijn om de dreiging te stoppen.

Hoofdstuk 2 — Eisen aan afwijkend gebruik ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Artikel 2.2

1 Het afwijkend gebruik van frequentieruimte dat wordt aangewend vindt niet langer plaats dan strikt noodzakelijk voor het beoogde operationele doel.

2 Het gebruikte effectieve uitgestraalde zendvermogen van de apparatuur alsmede de bandbreedte zijn niet groter dan strikt noodzakelijk voor het beoogde operationele doel.

Hoofdstuk 2 — Eisen aan afwijkend gebruik ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Artikel 2.3

1 De verantwoordelijke is bevoegd tot inzet van apparatuur in het kader van een taak die bij wettelijk voorschrift aan de verantwoordelijke, of aan het openbaar lichaam waarvan de verantwoordelijke een bestuursorgaan is, is opgedragen.

2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over op de verantwoordelijke rustende verplichtingen in verband met de inzet van apparatuur als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 3.1

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit afwijkend gebruik frequentieruimte.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 3.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.