wetzoeker

Artikel 3 Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Eisen aan inzet afwijkend gebruik van de frequentieruimte

1 Het radiointerventiemiddel voldoet aan de volgende eisen:

a. het gebied waarin het radiointerventiemiddel kan opereren kan apart per frequentie of frequentieband ingeschakeld worden;

b. de bandbreedte is instelbaar;

c. het effectief uitgestraald zendvermogen van het radiointerventiemiddel inclusief antenneversterking is begrensd tot 16 dBWatt ERP per frequentieband;

d. het radiointerventiemiddel voldoet buiten de ingestelde frequentieband(en) aan artikel 3 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016;

e. op het radiointerventiemiddel is het doel van het gebruik weergegeven;

f. de bij het radiointerventiemiddel behorende antenne(s) is beschreven in de documentatie die bij het radiointerventiemiddel is gevoegd, inclusief de vermelding van de antenneversterking in dBi of dBd;

g. indien in werking vertoont het radiointerventiemiddel geen of slechts beperkte degradatie in frequentiestabiliteit, in ieder geval minder dan 0.005% per uur;

h. indien het radiointerventiemiddel is ingeschakeld, worden door het radiointerventiemiddel of een extern meetapparaat de volgende gegevens geregistreerd:

1°. de tijd en duur dat het radiointerventiemiddel aan staat;

2°. de instellingen, wijzigingen hiervan en de tijden waarop dit gebeurt;

3°. de gebruikte frequentie of frequenties, bandbreedte en het effectieve zendvermogen; en

4°. de eigen locatie en hoofdoriëntatie van het uitgezonden signaal;

i. het radiointerventiemiddel is voorzien van een beveiliging om onbevoegde en onbedoelde inschakeling te voorkomen;

j. de inzet van het radiointerventiemiddel blijft binnen de grenzen van de ICNIRP-aanbeveling; en

k. de instructies en randvoorwaarden om te voldoen aan de ICNIRP-aanbeveling maken onderdeel uit van de bij het radiointerventiemiddel behorende documentatie.

2 De verantwoordelijke:

a. registreert radiointerventiemiddelen die onder diens beheer vallen;

b. houdt deze registratie toegankelijk voor de minister; en

c. geeft ten behoeve van toezichtsdoeleinden jaarlijks aan de minister door welke eenheden radiointerventiemiddelen in bezit hebben en hoeveel dat er zijn.

3 De registratie van de radiointerventiemiddelen omvat de volgende gegevens:

a. merk;

b. type;

c. serienummer;

d. door welke eenheid de apparatuur mag worden gebruikt;

e. datum van eerste ingebruikname van het apparaat;

f. leverancier van de apparatuur; en

g. kalibratiehistorie.

Regeling
Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-04-2025
BWB-id
BWBR0050979
Versie
2025-04-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl