wetzoeker

Artikel 10 Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Voorwaarden aan mogelijke en daadwerkelijke inzet

1 Artikel 9, eerste lid, is niet van toepassing in het geval van een dreiging waarbij onmiddellijk handelen is vereist. In dat geval wordt zo spoedig mogelijk na de inzet aan de minister gemeld:

a. de naam, dan wel persoonlijk herleidbare code, met eenheid, van de ambtenaar, bedoeld in artikel 6;

b. gegevens van de ambtenaar die is gekwalificeerd een radiointerventiemiddel te bedienen;

c. de periode waarbinnen een afwijkend gebruik van de frequentieruimte heeft plaatsgevonden;

d. in welke vorm en op welke wijze afwijkend gebruik van de frequentieruimte heeft plaatsgevonden; en

e. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de geografische locaties waar de apparatuur ingezet is.

2 In het geval, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen 24 uur na de daadwerkelijke inzet aan de minister gemeld:

a. motivering waarom een melding vooraf niet mogelijk was; en

b. de gegevens van artikel 9, tweede lid.

3 Artikel 9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-04-2025
BWB-id
BWBR0050979
Versie
2025-04-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl