wetzoeker

Beleidsregel zorgvuldig opdrachtgeverschap

Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van 11 april 2025, nr. WJZ/ 97936920, tot nadere invulling van de verplichting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Beleidsregel zorgvuldig opdrachtgeverschap)

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
19-04-2025
Rechtsgebied
Informatierecht, Telecomrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0050961
Versie
2025-04-19_0
SHA-256 bron
84a65e524f65beb994bb7993d5beddb8902327d4fe0b66726c92cf3f8528de68

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

maatregelenplan: maatregelenplan als bedoeld in artikel 5;

risico-inventarisatie: risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 3;

wet: Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.

Artikel 2

Een opdrachtgever voldoet in ieder geval aan de verplichting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, als hij:

a. met betrekking tot de voorgenomen graafwerkzaamheden op deugdelijke wijze een zorgvuldige risico-inventarisatie en een zorgvuldig maatregelenplan heeft opgesteld of onder zijn verantwoordelijkheid heeft laten opstellen;

b. de risico-inventarisatie en het maatregelenplan voor aanvang van de voorgenomen graafwerkzaamheden aan de grondroerder heeft verstrekt;

c. de grondroerder voldoende tijd en middelen ter beschikking stelt om op basis van de risico-inventarisatie en het maatregelenplan de voorgenomen graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze te verrichten;

d. ervoor zorgdraagt dat zowel de afspraken met de grondroerder over de voorbereiding en uitvoering van de voorgenomen graafwerkzaamheden, als zijn gedragingen jegens de grondroerder in elke fase van het graafproces voldoende samenhangend, kenbaar en begrijpelijk zijn om de graafwerkzaamheden zorgvuldig uit te kunnen voeren.

Artikel 3

Een risico-inventarisatie bevat de volgende gegevens:

a. gegevens over de aard van de voorgenomen graafwerkzaamheden;

b. gegevens over de risico’s die zich bij die graafwerkzaamheden kunnen voordoen.

Artikel 4

Een risico-inventarisatie is in ieder geval zorgvuldig opgesteld als de daarin opgenomen gegevens zijn gebaseerd op:

a. gebiedsinformatie naar aanleiding van een graafmelding of oriëntatieverzoek;

b. vaststelling van de daadwerkelijke ligging van de kabels en leidingen op de graaflocatie als die daadwerkelijke ligging van invloed kan zijn op de realisatie van de voorgenomen graafwerkzaamheden;

c. gegevens over de samenstelling van de bodem en de grondwaterstand op de graaflocatie;

d. gegevens over de uiterlijke kenmerken van de omgeving boven het maaiveld op en nabij de graaflocatie.

Artikel 5

In het maatregelenplan is beschreven welke maatregelen worden getroffen om de nadelige gevolgen van elk risico, genoemd in de risico-inventarisatie, zo veel mogelijk te beperken.

Artikel 6

Een maatregelenplan is in ieder geval zorgvuldig opgesteld als daarin op begrijpelijke en duidelijke wijze is beschreven:

a. welke maatregelen noodzakelijk zijn voor het zorgvuldig kunnen uitvoeren van de voorgenomen graafwerkzaamheden door de grondroerder;

b. op welke wijze afstemming heeft plaatsgevonden met de betrokken beheerder, ingeval sprake is van voorzorgsmaatregelen als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, van de wet.

Artikel 7

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel zorgvuldig opdrachtgeverschap.