wetzoeker

Artikel 5.4 Besluit bemanning zeeschepen

Tuchtrechtspraak

1 De secretaris zendt onverwijld een afschrift van de beslissing van het tuchtcollege:

a. bij aangetekende brief en als geautomatiseerd bestand aan de betrokken kapitein of scheepsofficier;

b. bij gewone brief en als geautomatiseerd bestand aan Onze Minister en aan de klager.

2 Indien het tuchtcollege in zijn uitspraak een schorsing van de vaarbevoegdheid heeft opgelegd, deelt de secretaris in zijn aangetekende brief en als geautomatiseerd bestand aan de betrokken kapitein of scheepsofficier mede: de datum waarop de schorsing ingaat, de verplichting om zijn vaarbevoegdheidsbewijs vóór die datum in te leveren bij het in artikel 76, eerste lid, van de wet genoemde Centraal register bemanningsgegevens, alsmede de gevolgen van het niet tijdig inleveren van het vaarbevoegdheidsbewijs, bedoeld in artikel 57, vierde lid van de wet.

3 De secretaris zendt een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege alsmede van de aangetekende brief aan de betrokken kapitein of scheepsofficier tevens ter registratie aan het Centraal register bemanningsgegevens.

Regeling
Besluit bemanning zeeschepen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050941
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl