wetzoeker

Artikel 5.1 Besluit bemanning zeeschepen

Tuchtrechtspraak

1 De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet zijn personen:

a. aan wie op grond van het afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad van Bachelor op het gebied van het Nederlands recht en tevens de graad van Master op het gebied van het Nederlands recht is verleend; of

b. die op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het Nederlands recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht hebben verkregen om de titel meester te voeren.

2 Tien leden en acht plaatsvervangende leden hebben gedurende de aan hun benoeming voorafgaande periode van tien jaar ten minste vijf jaar als kapitein of als scheepsofficier aan boord van een ander zeeschip dan een vissersvaartuig gevaren.

3 Vier leden en vier plaatsvervangende leden hebben gedurende de aan hun benoeming voorafgaande periode van tien jaar ten minste vijf jaar als schipper of als scheepsofficier aan boord van een vissersvaartuig gevaren.

4 Voorts worden als plaatsvervangend lid benoemd:

a. twee reders;

b. twee waterbouwkundigen;

c. twee registerloodsen; en

d. twee hydrografen.

Regeling
Besluit bemanning zeeschepen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050941
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl