wetzoeker

Artikel 3.6.7 Besluit bemanning zeeschepen

Nadere regels medische geschiktheid zeevarenden

1 Een geneeskundige kan Onze Minister verzoeken hem aan te wijzen of te erkennen als keuringsarts op grond van artikel 31, tweede lid, van de wet. Bij het verzoek wordt registratie als arts als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, aangetoond.

2 Indien het verzoek is ingediend door een geneeskundige die in het buitenland zijn praktijk houdt, vergewist Onze Minister zich van diens vakbekwaamheid.

3 Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing of erkenning van een geneeskundige indien diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet gewaarborgd is, of ingeval diens professionele kundigheden, praktijkervaring of beroepsuitrusting naar zijn oordeel ontoereikend zijn.

4 Bij het besluit van Onze Minister over de aanwijzing of erkenning worden het aantal al aangewezen of erkende geneeskundigen en de spreiding over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte in aanmerking genomen.

5 De aanwijzing of erkenning als keurend arts wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.

6 De aangewezen of erkende keuringsarts is verplicht de door Onze Minister aangewezen nascholingscursussen te volgen. De kosten van deelname komen voor rekening van de betrokken keuringsarts.

7 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en de erkenning van geneeskundigen als keurend arts voor de scheepvaart.

Regeling
Besluit bemanning zeeschepen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0050941
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl