wetzoeker

1.3 — Wet- en Regelgeving Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024

Wet- en Regelgeving

De verplichting tot de aanwezigheid van een tijdige VOG volgt uit de onderwijswetten per sector:

• PO: artikel 3, lid 1, onder a, artikel 3a, lid 1, onder a, artikel 32, lid 2, onder a, onder 1 en lid 9, van de WPO;

• PO: artikel 3, lid 1 onder a, artikel 3a, lid 1, onder a en artikel 32, lid 2, onder a, onder 1 en lid 9, van de WEC;

• VO: artikel 7.3, lid 1, van de WVO 2020;

• MBO: artikel 4.2.1, lid 2, onder a, artikel 4.2.2, lid 1, onder a, artikel 4.2a.1, van de WEB.

Het bevoegd gezag dient ervoor te zorgen dat personen met een VOG-plicht een geldige VOG bezitten op het moment van indiensttreding (eerste dag arbeidscontract).

Uit bovengenoemde sectorwetten blijkt welke personen dit zijn. Dit is tevens toegelicht in bijlage 6 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Een VOG is tijdig als een persoon met een VOG-plicht op het moment van indiensttreding (eerste dag arbeidscontract) over een geldige VOG beschikt. Voor het vaststellen van de tijdigheid mag uitgegaan worden van de datum van afgifte van de VOG.

De geldigheid van de VOG wordt bepaald door 2 aspecten:

– de VOG mag op moment van indiensttreding niet ouder zijn dan 26 weken;

– de VOG heeft het screeningsprofiel 60 Onderwijs of het profiel kinderopvang (alleen voor het primair onderwijs).

Meer informatie over de geldigheid van een profiel kinderopvang voor het primair onderwijs is te vinden op: Geldt een VOG kinderopvang ook voor primair onderwijs? | Inspectie van het onderwijs

Het bevoegd gezag rapporteert over alle nieuwe personen met een VOG-plicht in verslagjaar 2024 in de tabel in het bestuursverslag op basis van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs artikel 4, lid 7 en bijlage 6.

Regeling
Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-03-2025
BWB-id
BWBR0050870
Versie
2025-03-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl