wetzoeker

2.3.1 — Referentiekader Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024

Referentiekader

1 december 2024

De volgende wet- en regelgeving valt onder de reikwijdte van het oordeel van de instellingsaccountant over de financiële rechtmatigheid:

• de relevante bepalingen in de onderwijswet- en regelgeving, deze zijn in detail opgenomen in bijlage I van dit protocol;

• de relevante bepalingen in (onderwijs) wet- en regelgeving, zoals die als controlecriteria zijn opgenomen in hoofdstuk 2.3 en

• individuele subsidiebeschikkingen waaruit blijkt dat deze verantwoord moeten worden in model G onder 2 (zie ook paragraaf 2.3.4).

Voor overige wet- en regelgeving, die buiten het oordeel over de financiële rechtmatigheid valt zie paragraaf 2.5.

Toelichting Kader Financiële Rechtmatigheid OCW wet- en regelgeving

Het kader, als opgenomen in bijlage I van dit protocol, bevat bepalingen (gehele regelingen of individuele (delen van) artikelen) uit de wet- en regelgeving van OCW voor onderwijsinstellingen.

Opgenomen zijn bepalingen die de uitkomsten van de financiële transactie beïnvloeden. Deze bepalingen geven aan welke uitgaven (en incidenteel: inkomsten) zijn toegestaan.

Het kader vervangt voor de scholen en instellingen niet de gehele wet- en regelgeving. Beoogd is om volledig te zijn, maar het abusievelijk niet opnemen van een bepaling betekent niet dat een school of instelling zich er niet aan hoeft te houden. Wel betekent het dat de instellingsaccountant bij zijn controle kan uitgaan van het kader. Slechts als de instellingsaccountant kennis krijgt van het niet naleven van relevante en materiële, niet opgenomen, bepalingen dient de instellingsaccountant in overeenstemming met de beroepsvoorschriften (Standaard 240 en Standaard 250) te handelen.

Het kader bevat dus niet:

• bepalingen voor de inrichting van het onderwijs;

• bepalingen voor het verkrijgen van bekostiging (bekostigingsparameters, aanvragen, termijnen etc.) tenzij deze specifiek zijn opgenomen in hoofdstuk 2.3;

• bepalingen voor derden zoals gemeenten;

• bepalingen over hoe OCW om moet gaan met de (rechten van) het bevoegd gezag van de school of instelling;

• bepalingen voor het afleggen van verantwoording (voor jaarrekening, bestuursverslag, specifieke subsidieverantwoordingen);

• bepalingen voor het inrichten van administraties.

De bepalingen vallen uiteen in de volgende categorieën:

• de activiteiten waarvoor kosten mogen worden gemaakt;

• de toegestane kostensoorten;

• de maximale hoogte van bepaalde uitgaven;

• de maximale en minimale hoogte van bepaalde inkomsten;

• invloed op balansmutaties.

Als er sprake is van algemene bepalingen voor toegestane uitgaven, dan zijn ook de bepalingen opgenomen die de algemene bepalingen beperken, doch niet de bepalingen die een verruiming bieden. Als een instellingsaccountant vast kan stellen (positieve controle) dat de verruimende bepaling van toepassing is, kan hij de uitgaven of inkomsten alsnog goedkeuren.

Soms wordt in een opgenomen bepaling verwezen naar een andere bepaling (artikel). Die is voor de overzichtelijkheid van het kader dan niet opgenomen.

Niet voor alle bepalingen die zijn opgenomen in het kader zijn expliciet minimale werkzaamheden opgenomen. Van de instellingsaccountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven materialiteit tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen.

Regeling
Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-03-2025
BWB-id
BWBR0050870
Versie
2025-03-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl