wetzoeker

4.2 — Leerlingen (deel 1) Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO Bonaire

Leerlingen

De doorstroomtoets is in principe geschikt voor alle leerlingen, ook voor leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, met uitzondering van leerlingen die onder de ontheffingsgronden vallen.

Kwaliteitseisen

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.

Code | Vragen | Mogelijke antwoorden

LL1 | Kunnen alle leerlingen, ook met specifieke ondersteuningsbehoeften (uitgezonderd leerlingen die vallen onder de ontheffingsgronden), deelnemen aan de toets? | ja/nee

LL1.a | Wordt de toets zo geschikt als mogelijk gemaakt, al dan niet door extra ondersteuning, voor leerlingen met een visuele beperking, zoals leerlingen die slechtziend of volledig kleurenblind zijn? | ja/nee

LL1.b | Wordt de toets zo geschikt als mogelijk gemaakt, al dan niet door extra ondersteuning, voor dove/slechthorende leerlingen? | ja/nee

LL1.c | Is de toets aantoonbaar geschikt, al dan niet door extra ondersteuning, voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS)? | ja/nee

LL1.d | Is de toets aantoonbaar geschikt, al dan niet door extra ondersteuning, voor leerlingen met dyslexie? | ja/nee

LL1.e | Is de toets aantoonbaar geschikt, al dan niet door extra ondersteuning, voor leerlingen met ernstige rekenproblemen of dyscalculie? | ja/nee

LL1.f | Is de toets aantoonbaar geschikt, al dan niet door extra ondersteuning, voor leerlingen met een motorische beperking? | ja/nee

LL1.g | Is de toets aantoonbaar geschikt, al dan niet door extra ondersteuning, voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften voortkomend uit chronische/langdurige ziekte, een psychische aandoening en/of gedragsproblemen of voortkomend uit hier niet nader gespecificeerde beperkingen? | ja/nee

LL2 | Staat in de handleiding en/of toetsreglement voor de afnemer bij de toets in volledigheid beschreven op welke wijze de toets rekening houdt met leerlingen met ondersteuningsbehoeften? | ja/nee

LL2.a | Staat in de handleiding en/of toetsreglement omschreven welke hulpmiddelen tijdens de toetsafname zijn toegestaan voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften? | ja/nee

LL2.b | Staat omschreven in de handleiding en/of toetsreglement welke aanpassingen in de afnamecondities mogelijk zijn? | ja/nee

LL2.c | Is de toets plaatsonafhankelijk af te nemen? | ja/nee

LL2.d | Wordt beschreven wat de mogelijkheden zijn als de geboden ondersteuning niet toereikend is? | ja/nee

Toelichting LL1: Er is automatisch voldaan aan kwaliteitseis LL1 wanneer is voldaan aan de kwaliteitseisen LL1a t/m LL1g.Dit houdt het volgende in:

○ De aanbieder neemt bij het maken van de toets zoveel mogelijk elementen op die zorgen dat de toets voor alle leerlingen (digitaal) toegankelijk is. Waar mogelijk worden de richtlijnen uit de WCAG 2.1 toegepast. Bij de itemconstructie wordt generiek minstens op de volgende wijze rekening gehouden met (digitale) toegankelijkheid: richtlijnen voor kleurgebruik en contrast bij items, richtlijnen met betrekking tot een ondubbelzinnige lay-out en tekstuele vormgeving, richtlijnen met betrekking tot figuurlijk taalgebruik (als dat geen toetsdoel is) en richtlijnen met betrekking tot het gebruik van ik, gebiedende wijs en vraagzinnen.

○ De toets kent geen tijdslimiet en het is mogelijk om pauzes te nemen.

○ De toets voorziet in een voorleesfunctie. De wijze waarop kan per toets(soort) verschillen.

Waar de bovengenoemde standaard onvoldoende tegemoet komt aan de doelgroepen genoemd onder LL1.a t/m LL1.g is aantoonbaar geprobeerd de belemmeringen die deze leerlingen ervaren bij het maken van de toets weg te nemen door de mogelijkheid tot inzet van hulpmiddelen of ondersteuning en/of aanpassing van de afnamecondities.

Toelichting LL1.a: De toets wordt door de aanbieder (op bestelling) geleverd in een format dat zich leent voor de hulpmiddelen die door leerlingen met een visuele beperking worden gebruikt en met inachtneming van de toetseisen inhoudelijk geschikt zijn gemaakt voor de leerlingen met een visuele beperking. De toetsaanbieder specificeert dit per type visuele beperking volledig kleurenblind of slechtziend).

Leerlingen die volledig kleurenblind zijn

Bij de constructie van de toets is rekening gehouden met leerlingen die volledig kleurenblind zijn. Dit kan onder andere door kleurgebruik alleen ondersteunend te laten zijn. Daarnaast is er bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het aanbieden van een zwart/wit-variant.

Relevant voor de normering is dat de aanbieder er rekening mee houdt dat het ontbreken van een kleuren(afbeelding) geen invloed heeft op de moeilijkheid van het item. Dit houdt in dat de inhoud en de structuur van het item duidelijk en begrijpelijk moeten zijn, ongeacht het gebruik van kleur.

Bij twijfel mag de leerling gebruik maken van de volgende procedure: voor kleurenblinde leerlingen kan een opzoekhulp worden ingezet die op verzoek van de leerling de kleur van een door de leerling aangewezen vlakdeel benoemt, of een door de leerling aangewezen kleur aanwijst in toets of hulpmiddel.

(Zeer) slechtziende leerlingen

Een aanbieder houdt bij het maken van de toets rekening met (digitale) toegankelijkheid voor leerlingen met een visuele beperking, middels bijvoorbeeld contrast, mogelijkheid tot inzoomen en mogelijkheid tot het gebruik van hulpmiddelen, waaronder audio-ondersteuning en gebruik van een brailleleesregel.

Een aanbieder maakt waar mogelijk aanvullende aanpassingen voor (zeer) slechtziende leerlingen voor de toegankelijkheid van hun toets. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van digitale brailleleesregels, tekenboeken of het aanbieden van een braillevariant. Het uitgangspunt is dat zo min mogelijk wordt afgeweken van de reguliere toetsen. Daar waar gekozen wordt om de toets aan te passen, verantwoordt de aanbieder deze aanpassingen.

Het aanbieden van een brailleversie van de doorstroomtoets is facultatief.

Toelichting LL1.b: De toets wordt zo geschikt als mogelijk gemaakt, al dan niet door extra ondersteuning, voor dove/slechthorende leerlingen. De aanbieder kan daarnaast eventueel (op bestelling) een aangepaste toets leveren indien de toets gebruikmaakt van functioneel geluid (zoals bijvoorbeeld bij dictee-opgaven).

Toelichting LL1.c: De aanbieder geeft aan hoe rekening is gehouden met leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheid tot het inzetten van de voorleesfunctie en mogelijke aanpassingen in de afnamecondities, zoals het werken met een afdekblad en het markeren van tekst.

Toelichting LL1.d: De aanbieder geeft aan hoe bij de lay-out en typografie met deze doelgroep rekening wordt gehouden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een schreefloos lettertype met minimale puntgrootte 12, afstand tussen letters, woorden, regels en alinea’s, gebruik van witruimte en een eenduidige, rustige lay-out.

Als een leerling door dyslexie moeite heeft met het lezen van teksten op beeldscherm, moet de leerling gebruik kunnen maken van een door de aanbieder geleverde voorleesfunctie. Bij een papieren versie moet de aanbieder (op vraag) een versie leveren die geschikt is voor voorleessoftware. De wijze waarop kan per toets(soort) verschillen.

Andere voorbeelden van hulpmiddelen ter ondersteuning van deze doelgroep zijn de beschikbaarheid van een zoomfunctie en een markeerstift.

Toelichting bij LL1.e: Voor leerlingen met dyscalculie wordt geen aangepaste toets geleverd.

In de afnamecondities kan (bijvoorbeeld door in de planning meer pauzes of spreiding van de toetsmomenten op te nemen) rekening worden gehouden met deze ondersteuningsbehoefte. De aanbieder benoemt de eventuele mogelijkheden in diens verantwoordingsdocumenten.

Regeling
Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO Bonaire
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
07-01-2026
BWB-id
BWBR0050815
Versie
2026-01-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl