Inhoudelijke beoordeling subsidieaanvragen Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap
Beoordelingscriteria
De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag als bedoeld in de Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (hierna: subsidieregeling) en activiteiten geschiedt aan de hand van de criteria in onderstaande tabel.
(Deel)criterium | Score (5-1) | Wegingsfactor in percentage1
1. | Ambitie (ten hoogste 800 woorden) | | Totaal 20
1.1 | De aanleiding en noodzaak tot verbetering van de sociale veiligheid in de organisatie(s) en of voor de beoogde doelgroep(en).2 Toelichting: De aanleiding waarom deze subsidieaanvraag nodig is om sociale veiligheid te bevorderen is duidelijk beschreven. De noodzaak van de subsidieaanvraag is duidelijk beschreven en onderbouwd. | | 5
1.2 | Emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) (zoals vrouwelijke academici, jonge onderzoekers, promovendi en postdocs), mensen uit de LHBTIQ+ groep, mensen met een migratieachtergrond en/of met een beperking, mensen die te maken hebben met discriminatie waaronder antisemitisme. Toelichting: De wijze waarop de subsidieaanvraag zich richt op de emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) is duidelijk beschreven en onderbouwd. | | 5
1.3 | De ambitie ten aanzien van sociale veiligheid en haalbaarheid van de ambitie. Toelichting: De doelen in het activiteitenplan passen bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling, en zijn ambitieus, helder en concreet geformuleerd. Ook zijn de doelen realistisch en haalbaar. | | 10
Sub-totaalscore criterium 1:
2. | Omschrijving activiteit(en) (per activiteit ten hoogste 400 woorden) | | Totaal 40
2.1 | Per activiteit: – doel; – effectieve aanpak; – planning; – (indien van toepassing) samenwerking. Toelichting: Per activiteit is het doel duidelijk en concreet beschreven. Er is vertrouwen dat de aanvrager met deze activiteiten haar doel (grotendeels) kan realiseren (haalbaarheid) en dat het aansluit bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling. De planning van de activiteit(en) is realistisch en de uitvoering is uiterlijk voor 31 december 2027 afgerond. In geval van een samenwerkingsverband wordt duidelijk welke partij welke rol op zich neemt in de activiteit(en). | | 30
2.2 | De monitoring van de voortgang. Toelichting: De beschrijving van hoe de subsidieontvanger: – de voortgang van de activiteiten gaat bewaken; – de uitvoering van de activiteiten systematisch evalueert. | | 10
Sub-totaalscore criterium 2:
3. | Impact (ten hoogste 800 woorden) | | Totaal 10
3.1 | Drie pijler(s) van cultuurverandering (omgangscultuur, systeem, structuur) ten aanzien van sociale veiligheid. Toelichting: De beoogde impact van het activiteitenplan op een of meer van de pijler(s) van cultuurverandering binnen de betrokken organisatie(s) of de beoogde doelgroep(en). | | 5
3.2 | Het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep.2 Toelichting: De beoogde impact van het activiteitenplan op het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep, is duidelijk geformuleerd en onderbouwd. | | 5
Sub-totaalscore criterium 3:
4. | Verankering (ten hoogste 800 woorden) | | Totaal 10
4.1 | Duurzame verankering en zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten binnen de eigen organisatie(s).2 Toelichting: De duurzame verankering van de resultaten van de subsidieaanvraag binnen de eigen organisatie(s) en de wijze waarop de opgedane kennis en inzichten zichtbaar zijn gemaakt is duidelijk omschreven. Onderbouwd is waarom voor deze vorm is gekozen. | | 5
4.2 | Zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten voor andere organisatie(s). Toelichting: De wijze waarop kennisdeling gefaciliteerd wordt is duidelijk uiteengezet waardoor werkwijzen, kennis en inzichten gebruikt kunnen worden door andere organisatie(s) na afloop van de activiteit(en). Zie ook realisatiedoelstelling 2 van het programmaplan. | | 5
Sub-totaalscore criterium 4:
5. | Begroting per activiteit(en) | | Totaal 20
5.1 | Een realistische begroting van de activiteit(en). Beoordeeld wordt of: – de kosten in verhouding staan tot de beoogde resultaten (doelmatigheid); – de begroting sluitend is; – de tarieven, bedoeld in de artikelen 10, derde lid (interne doorberekening), en 14, zesde lid (externe inhuur), van de subsidieregeling zijn gehanteerd. Toelichting: Per activiteit(en) is in de begroting concreet en duidelijk opgenomen welke kosten door wie worden gemaakt. Uit de begroting moet per activiteit duidelijk blijken welke kosten daaraan verbonden zijn. Bij inhuur van externen dient de belasting over de toegevoegde waarde meegenomen te worden. | | 20
Sub-totaalscore criterium 5:
Totaalscore critera 1 t/m 5:
1 Alleen de totale wegingsfactoren per criterium zijn van toepassing op de aanvragen van de regiegroep. De wegingsfactoren per deelcriterium zijn dus niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.
2 De deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1 zijn niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.
Berekening van de scores
Per criterium kan er maximaal 5 punten worden toegekend. Indien er sprake is van deelcriteria wordt als score het gemiddelde genomen. De totaalscore is een gewogen gemiddelde van de criteria, eventueel met twee decimalen.
De scores zijn beschreven in onderstaand tabel.
Scorebereik en beschrijving van de scores
Boven verwachting/excellent, goed uitgewerkt en/of onderbouwd en/of vernieuwend | 5,0 | Goed
Voldoende, plus wat beter uitgewerkt en/of onderbouwd | 4,0 | Ruim voldoende
Voldoet aan de minimale eisen van de subsidieregeling | 3,0 | Voldoende
Voldoet niet helemaal aan de eisen van de subsidieregeling | 2,0 | Onvoldoende
Voldoet niet aan de eisen van de subsidieregeling, grote tekortkomingen | 1,0 | Ruim onvoldoende
Alle criteria moeten als voldoende worden beoordeeld
In de subsidieregeling is opgenomen dat aanvragers uitsluitend in een aanvraagperiode aanvragen kunnen indienen (artikel 8). Om de kwaliteit van een aanvraag vast te stellen, beslist de minister op de subsidieaanvraag aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria. Voor het aantonen van de kwaliteit van een subsidieaanvraag, moet de subsidieaanvraag op elk (deel)criterium (1 tot en met 5) ten minste met een voldoende worden beoordeeld.
Dit betekent dat de subsidieaanvragen kwalitatief beoordeeld worden. Voor (deel)criterium 1 tot en met 5 geldt dat een subsidieaanvraag op elk criterium ten minste met 3 punten (een voldoende) moet worden beoordeeld om voor subsidie in aanmerking te komen. De bedoeling is dat een ambitie wordt nagestreefd, impact wordt beoogd en verankering wordt verwezenlijkt en dat dit overeenkomt met het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan.
- Regeling
- Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 31-01-2026
- BWB-id
- BWBR0050805
- Versie
- 2026-01-31_0