wetzoeker

5.7.1 — Receptief leesvaardigheid Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire

Receptief leesvaardigheid

Een goede leesvaardigheid is van groot belang voor succes op school, in vervolgopleidingen en voor het functioneren op de arbeidsmarkt. Net als het schrijven van teksten is het begrijpend lezen van teksten een complex proces waarbij veel zogenaamde hogere denkvaardigheden betrokken zijn. Lezen is een actief proces dat een beroep doet op verschillende denkprocessen, kenniselementen, vaardigheden en attitudes. Een lezer moet tekst decoderen, de betekenis van woorden kennen, verbanden leggen tussen woorden, zinnen en alinea's, en de betekenis van een tekst construeren. Daarnaast moet die de tekststructuur doorzien, zichzelf vragen stellen over de tekst en verbanden afleiden op grond van diens kennis van het onderwerp en van de wereld om de boodschap of bedoeling van de schrijver te begrijpen. Ook moet een lezer de informatie uit de tekst integreren met de aanwezige kennis in diens lange termijngeheugen, het leesproces sturen met behulp van leesstrategieën, het begrip van de tekst controleren en gemotiveerd zijn om te lezen.

26 Aarnoutse (2017). Onderwijs in begrijpend lezen. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk 56(11-12), 269-291.

De can-do statements in het ERK (Companion Volume) zijn ingedeeld bij verschillende subcategorieën met taalactiviteiten voor leesvaardigheid. In de doorstroomtoets po Bonaire voeren de leerlingen de volgende subcategorieën met leesactiviteiten (ofwel leestaken) uit:

• Correspondentie lezen;

• Oriënterend lezen;

• Lezen ter informatie en argumentatie;

• Instructies lezen;

• (Lezen als vrijetijdsbesteding).

Deze subcategorieën met leesactiviteiten en de uitwerking ervan in can-do statements zijn een combinatie van leesdoel en het lezen van bepaalde genres met specifieke functies. Correspondentie lezen wordt in het ERK niet apart gedefinieerd, duidelijk is wel dat het om zowel persoonlijke als formele correspondentie gaat. Oriënterend lezen wordt gedefinieerd als zoekend lezen: een tekst snel skimmend diagonaal lezen om te bepalen of verder lezen de moeite waard is, om beter te gaan lezen of een tekst vluchtig bekijken op zoek naar iets specifieks, bijv. een dienstregeling van bussen of treinen. Bij lezen ter informatie en argumentatie gaat het om nauwkeurig lezen, het omvat de zorgvuldige bestudering van tekst waarvan de lezer heeft vastgesteld dat deze relevant is voor het leesdoel. Instructie lezen is het lezen van teksten die je op een heel specifieke manier leest: het gaat om het opvolgen van instructies in de tekst door handelingen uit te voeren (bijv. de weg vinden met routebeschrijving, koken op basis van een recept). Instructies lezen wordt in het ERK gedefinieerd als een speciale vorm van lezen ter informatie.

Leesactiviteiten

De subcategorieën met leesactiviteiten bevatten voor de twee niveaus (A2 en B1) meerdere can-do statements (variërend van 4 tot 6). Omdat het totaal aantal can-do statements zeer omvangrijk is (57 voor lezen tot en met niveau B1) is er een keuze gemaakt uit de te toetsen subcategorieën met leesactiviteiten. In de doorstroomtoets po Bonaire komen de volgende subcategorieën met leesactiviteiten aan bod:

• De leerlingen lezen en maken opdrachten van minimaal 3 van de 4 subcategorieën met leesactiviteiten:

○ Correspondentie lezen;

○ Oriënterend lezen;

○ Lezen ter informatie en argumentatie;

○ Instructies lezen.

• De leerlingen lezen op één van de niveaus (A2, B1) uit de gekozen subcategorieën met leesactiviteiten één tekst en maken daarbij opdrachten die betrekking hebben op verschillende aspecten van leesvaardigheid.

De teksten in de doorstroomtoets po Bonaire voldoen aan de algemene omschrijving (niveau en onderwerp, zie par. 5.8.1) en aan de sleutelbegrippen bij de subcategorieën met leesactiviteiten die aan de orde zijn in de schalen van de can-do statements. Ze bepalen de moeilijkheidsgraad van een tekst c.q. leestaak. De sleutelbegrippen zijn achtereenvolgens:

• Correspondentie lezen:

○ lengte en complexiteit/eenvoud van de boodschap;

○ concreetheid informatie en of deze een standaardindeling volgt;

○ mate waarin de taal standaard, spreektaal of idiomatisch is;

○ de mate waarin het onderwerp alledaags is en verband houdt met het onderwerp waarin men geïnteresseerd is.

• Oriënterend (zoekend) lezen:

○ soorten teksten: folders, boeken, artikelen, posters etc.;

○ concrete informatie zoals tijden en prijzen halen uit teksten die visuele artefacten zijn en geen lopende tekst met een opmaak die bijdraagt aan begrip;

○ herkennen van belangrijke informatie;

○ lopende tekst snel doornemen om belang te beoordelen.

• Lezen ter informatie/argumentatie:

○ context van studie en beroep;

○ nauwkeurig lezen op basis van leesdoel dat vooraf gesteld is;

○ soorten teksten: korte geïllustreerde informatiematerialen tot complexere verslagen en artikelen;

○ onderwerpen: vertrouwde alledaagse onderwerpen van persoonlijk belang tot onderwerpen buiten de interessesfeer;

○ mate van begrip: van een idee hebben van de inhoud tot begrijpen van fijnere details en implicaties.

• Instructies lezen:

○ onderwerpen: van routineverboden of eenvoudige kennisgevingen tot gedetailleerde voorwaarden tot complexe instructies over iets dat niet vertrouwd is, mogelijk buiten het eigen vakgebied;

○ mate van contextualisering en vertrouwdheid;

○ lengte: van een paar woorden tot gedetailleerde en lange, complexe instructies in lopende tekst.

Deze sleutelbegrippen zijn in deze toetswijzer vertaald naar de volgende drie hoofdkenmerken en gekoppeld aan de twee niveaus:

A2 | B1

Woordgebruik en zinsbouw | De tekst bevat hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of uit internationaal verkeer. De zinnen zijn eenvoudig. | De tekst bevat eenvoudige en alledaagse woorden.

Tekstindeling | De tekst is helder van structuur. De indeling geeft visuele ondersteuning bij het begrijpen van de tekst. | De tekst is goed gestructureerd.

Tekstlengte | De tekst is kort. | De tekst kan langer zijn.

Bij de keuze van onderwerpen van de leesteksten worden de criteria ‘vertrouwde, alledaagse onderwerpen’ en ‘van persoonlijk belang’ nader geduid als ‘passend bij de Caribische context’. Deze context wordt gekenmerkt door bijvoorbeeld de ligging en geografie van Bonaire, de meertalige situatie, en door culturele en talige aspecten van het maatschappelijke verkeer. Te denken valt aan de voorkeur voor indirect taalgebruik, het bestaan van typisch Bonairiaanse beleefdheidsformuleringen e.d. Hierbij dient dit selectiecriterium niet al te strikt gehanteerd te worden: leerlingen mogen ook uitgedaagd worden om hun blikveld te verbreden. Teksten kunnen ook over bijvoorbeeld Noord- of Zuid-Amerika gaan.

Anders dan de referentiekaders voor rekenen en Papiamentu bevat het ERK voor de genoemde subcategorieën met leesactiviteiten geen afzonderlijke beschrijving van ‘kenmerken van de taakuitvoering’. Deze kenmerken geven in deze referentiekaders aan waar de uitvoering van de taalactiviteit aan moet voldoen om gekwalificeerd te kunnen worden als een prestatie op een van de verschillende niveaus. Wat een leerling moet kunnen en weten, is in het ERK af te leiden uit de algemene omschrijvingen van de taalactiviteiten, uit de beschrijvingen van de can-do statements voor de verschillende niveaus en uit de hierboven genoemde sleutelbegrippen. Voor een overzicht van de algemene omschrijvingen en can-do-statements voor de verschillende taalactiviteiten zie de wijziging van het Toetsbesluit PO.

27 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2022D21001&did=2022D21001

Regeling
Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-08-2025
BWB-id
BWBR0050775
Versie
2025-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl