wetzoeker

5.10.6 — Taalcompetenties Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire

Taalcompetenties

Communicatie taalcompetenties

De communicatieve taalcompetenties beschrijven de verschillende aspecten van de taalbeheersing in de communicatie: algemeen linguïstisch bereik, beheersing en bereik van de woordenschat, grammaticale nauwkeurigheid, fonologische beheersing, orthografische beheersing, sociolinguïstische trefzekerheid, flexibiliteit, het woord (de beurt) nemen, thematische ontwikkeling, coherentie en cohesie, propositionele nauwkeurigheid, en vloeiendheid. Voor een algemene beschrijving van deze aspecten verwijzen we naar paragraaf 5.1.

De can-do beschrijvingen bij de communicatieve taalcompetenties hebben betrekking op receptieve en productieve taalactiviteiten en zijn voor de niveaus A2 en B1 beschreven in het ERK. De can-do beschrijvingen van de communicatieve taalcompetenties vertonen veel overlap met de can-do beschrijvingen van de taalactiviteiten die al in deze toetswijzer aan bod gekomen zijn. Deze can-do beschrijving komt ook aan bod bij spreekvaardigheid. Bereik en beheersing van de woordenschat zijn in deze toetswijzer meegenomen bij leesvaardigheid. Daarnaast kan het bereik van de woordenschat optioneel apart getoetst worden.

Andere aspecten zoals grammaticale nauwkeurigheid, fonologische en orthografische beheersing, propositionele nauwkeurigheid beschrijven taalkundige kennis- en vaardigheden die ondersteunend zijn aan de uitvoering van communicatieve taaltaken. De can-do beschrijvingen in het ERK geven aan dat de communicatieve functie van taal voorop staat. Omdat het bij het leren van een vreemde taal op de niveaus t/m B1 onvermijdelijk is dat er grammaticale, fonologische, of orthografische fouten gemaakt worden, worden deze fouten gezien als passend bij de stadia van taalbeheersing. Een voorbeeld van een can-do beschrijving voor grammaticale nauwkeurigheid op niveau B1 is: ‘vertoont over het algemeen een goede grammaticale beheersing hoewel met merkbare invloed uit de moedertaal. Fouten komen voor, maar het is duidelijk wat die probeert uit te drukken’.

De aspecten flexibiliteit en het woord (de beurt) nemen vertonen veel overlap met spreekvaardigheid. Thematische ontwikkeling overlapt met spreek- en schrijfvaardigheid vanwege de aandacht voor het structureren van teksten. Een voorbeeld van een can-do beschrijving op A2 niveau is: ‘beschrijving met simpele opsomming’, en op niveau B1: ‘chronologische volgorde in een verhaal’. Coherentie en cohesie hebben eveneens betrekking op de productieve taalactiviteiten. Het gaat hierbij met name om gebruik van verbindingswoorden en het aanbrengen van alinea-indelingen. Propositionele nauwkeurigheid heeft betrekking op het overbrengen van informatie en overlapt met mediation van een tekst. Vloeiendheid ten slotte gaat over het gemak waarmee een spreker zich kan uitdrukken.

Kwaliteitseisen voor de toetsing van taalcompetenties:

• Woordenschat is van belang voor het leren van een vreemde taal. Om een goed beeld te krijgen van de woordenschat dient het ook apart (los van de context van teksten) zowel receptief als productief getoetst te worden. Vanwege de ondersteunende functie van de taalcompetenties die een beroep doen op taalkundige kennis kunnen deze gekoppeld aan communicatieve taalactiviteiten en als deelaspecten getoetst worden. Hierbij is zorgvuldige weging van het belang ervan aan de orde.

• Voor de taalcompetenties die sterk overlappen met wat aan bod gekomen is bij de receptieve (verplichte) en optionele (productieve) taalactiviteiten ligt het voor de hand om die aspecten mee te nemen bij de te ontwikkelen taken die nog niet of slechts impliciet aan bod gekomen zijn.

Meertalige en pluriculturele competenties

Meertalige en pluriculturele competenties komen niet in aanmerking voor toetsing op de niveaus A2 en B1. We volstaan met een korte beschrijving en argumentatie.

Bij meertalige en pluriculturele competenties gaat het bij het onderdeel meertalig begrip om het kunnen inzetten van vaardigheden en kennis in één taal voor het begrijpen van en zich kunnen uitdrukken in een andere taal. Het verschil met mediation van tekst is dat het hier gaat om gebruik maken van parallellen tussen verschillende talen (bijvoorbeeld Haus/huis/house).

Voortbouwen op pluricultureel repertoire gaat over culturele conventies in de communicatie: verschillende vormen van begroeten, conventies m.b.t lichaamshouding, oogcontact e.d. Hoewel deze conventies heel belangrijk zijn om te kennen bij het gebruiken van een vreemde taal, ligt (afzonderlijke) toetsing ervan niet voor de hand. Het zijn vaardigheden die vanaf niveau B2 het niveau van het respecteren van eenvoudige conventies overstijgt. Een voorbeeld van een can-do beschrijving op niveau B2 is: ‘kan de standpunten en gebruiken van diens eigen en andere sociale groepen beschrijven en evalueren en toont daarbij bewustzijn van de impliciete waarden waarop (voor)oordelen zijn gebaseerd’.

Regeling
Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-08-2025
BWB-id
BWBR0050775
Versie
2025-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl